Patriot Eisso Metelerkamp (1756-1813)

Eisso kwam op 18 oktober 1756 ter wereld in Eenrum, als zoon van predikant Johannes Metelerkamp en zijn echtgenote Henrica Wiersema.

Op 24 augustus 1774, als Eisso bijna 18 jaar is, laat hij zich inschrijven als student ‘litt.' (waarschijnlijk een afkorting voor littera ofwel letterkunde of literatuur) in Groningen. Zo’n drie jaar later, op 12 december 1777 schrijft hij zich in voor een studie ‘jur.’ (vermoedelijk een afkorting voor jurist). Uiteindelijk promoveert hij op 3 maart 1779 aan de Groninger universiteit tot doctor ‘utriusque juris’ (rechten) op het proefschrift ‘Ad Legem Corneliam de Sicariis'.

Borgen en buitenplaatsen

Na zijn promotie gaat Eisso als advocaat aan het werk en vestigt hij zich eerst in Kropswolde, op landgoed Leinwijk. In 1780 koopt hij de buitenplaats Sorgvliet in Hoogezand erbij en in 1797 komt daar de veenborg Vredenburg bij. A.H. van Swinderen, burgemeester van Groningen, draagt dan de veenborg over aan Metelerkamp. Hij zal de laatste borgheer van Vredenburg zijn, want in 1805 laat hij de borg afbreken, omdat deze niet verkopen wil. De veenborg Vredenburg was een imponerend huis en had de allure van een echte burcht.


 a2ed6090 0c34 5713 1db0 3b47b783c2ca Pentekening van de borg Vredenburg, welke gestaan heeft aan de Meint Veningastraat ter hoogte van het latere perceel nr. 75.

Een vooraanstaand patriot

Naast advocaat en rechtsgeleerde is Eisso Metelerkamp ook een vooraanstaand patriot.

Patriotten waren kritische burgers die de stadhouder beschuldigden van het verval van de Republiek en meer politieke inspraak wilden. Inmiddels was de Gouden Eeuw voorbij en de Republiek had haar machtspositie verloren aan de Engelsen. Er ontstonden twee kampen, de aanhangers van Willem V en de patriotten. Het begon met pamfletten, brochures, spotprenten en tijdschriften, maar langzamerhand kreeg de discussie een steeds nationalistischere toon. Mensen wilden hun opvattingen over politiek bestuur indien nodig met geweld doorvoeren. Daarom richtten de patriotten de zogenoemde vrijkorpsen op, clubs van burgers die zich wapenden met als doel machtsovername.

Eisso Metelerkamp is vanaf 1785 lid van het ‘Exercitiegenootschap tot oefening van de wapenhandel in Hoogezand’. Hij is daar één van de leidende figuren.

Stadhouder Willem V vluchtte als reactie op het ontstaan van deze vrijkorpsen van Den Haag naar Nijmegen. In verschillende steden dwongen de patriotten tot het aanstellen van patriottische bestuurders. Toen de koning van Pruissen in 1787 een leger naar de Republiek stuurde om de orde te herstellen, werden de patriotten met gemak verslagen.

In dat jaar wordt ook het huis van Metelerkamp geplunderd en hij houdt zich een tijd gedeisd.

Vele patriotten weken uit naar Frankrijk. Uiteindelijk kwam er met de Franse Revolutie van 1789 toch een einde aan de Republiek. Veel patriotten keerden terug en stichtten met de Fransen de Bataafse Republiek (1795-1806). De Prins van Oranje sloeg op de vlucht en de patriotten kregen een nieuwe kans.

In 1796 wordt Metelerkamp voor het district Veendam enige tijd lid van de Eerste Nationale Vergadering, ofwel het eerste Nederlandse parlement. De Groningse fractie streeft een federale staat na. Hun ideeën over een staat die een deel van haar macht afstaat aan haar deelstaten worden echter opzij geschoven door de unitariërs, de aanhangers van een eenheidsstaat.

Bestuurder van de municipaliteit van Hoogezand

Metelerkamp is erg teleurgesteld in de lokale politiek en verliest hierdoor uiteindelijk zijn politieke interesse. Eisso wordt echter wel in april 1798 aangewezen als bestuurder van de municipaliteit van Hoogezand, een functie die hij letterlijk niet kan weigeren. Vijf dagen na zijn benoeming geeft hij aan de functie niet te willen bekleden, maar dit wordt hem letterlijk geweigerd. De algemene dienstplicht wordt ingevoerd en Metelerkamp krijgt de taak om de lijst van rekruten op te stellen. Dit eindigt in een fiasco, want niemand komt opdagen. Wanneer alle mannen tussen de 16 en 60 jaar zich moeten inschrijven voor de gewapende burgerwacht en er in 1799 ook nog een Engelse invasie dreigt, brengt dat bij het volk heftige emoties op. Ook in Hoogezand en omgeving is men klaar met de Franse heilstaat.

Als Eisso in 1799 trouwt met Geerhardina Groeneveld (1750-1834) uit het Duitse Weener, vestigt het paar zich op de buitenplaats Sorgvliet, zuidelijk van de hoofdvaart, schuin tegenover de veenborg Vredenburg in Hoogezand. Tot 1801 blijft Eisso toch bestuurder van de municipaliteit van Hoogezand.


 be7d0ebe 3eec 486f 2414 6acb794acf68  95486f9e e6eb fba5 32a3 57f96bdba8ac Portretten van Eisso Metelerkamp en zijn vrouw Geerhardina Groeneveld.

Vlucht naar Duitsland

Als Metelerkamp een behoorlijke belastingaanslag krijgt, heeft hij er genoeg van. De veranderingen worden hem teveel, waarop ze in 1804 uitwijken naar Oost-Friesland (Duitsland), waar ze zich vestigen op het slot Groot Midlum, dat eigendom is van Eisso’s zwager, Engelbertus Freiherr von Groeneveld. Eisso en Geerhardina krijgen samen vijf kinderen. In 1806 wordt Oost-Friesland bij het Koninkrijk Holland gevoegd en wonen ze dus ineens weer in Holland. Vier jaar later werd het onderdeel van Frankrijk.

Op 26 maart 1813 sterft Eisso Metelerkamp op 56-jarige leeftijd in Groot Midlum (Weener). Zijn vrouw vertrekt na de bevrijding van Frankrijk in 1815 weer naar Kropswolde. Ze wordt 81 jaar en sterft pas op 23 mei 1831 op het landgoed Leinwijk in Kropswolde.

De portretten van Eisso en zijn vrouw zijn in 2014 opgenomen in de collectie van het Groninger Museum. Ze werden in 1800 geschilderd door Wessel Lubbers, een uit Oost-Friesland afkomstige kunstenaar, die later naar de stad Groningen verhuisde. Hij maakte talloze portretten van Groningers.

 

Publicatiedatum: 12 mei 2020
Auteur: Rachel Hiemstra

Bronnen: