Struikelstenen in Sappemeer
Obbe Leininga
Obbe Leininga woonde aan de Kleinemeersterstraat 12 in Sappemeer. Dit was destijds een armenhuis. Hij was geboren in 1862. Obbe is in 1943 door de ordepolitie neergeschoten en gewond geraakt. Hij overleed aan zijn verwondingen in het ziekenhuis.

De Kleinemeersterbrug met gezicht op de Kleinemeersterstraat en Kleinemeersterdiep in Sappemeer. Rechts op de achtergrond het armenhuis.
Familie Simons - Haalman
Samsom Simons, genoemd Sam, was de oom van Jonas Simons, de melkboer. Sam werd geboren in Hoogezand op 26 april 1875. Hij trouwde op 4 september 1901 met Martha Haalman. Zij was geboren in Sappemeer op 24 november 1876. Sam was slager en zij woonden aan de Kees de Haanstraat 23 te Sappemeer. Ze kregen op 19 maart 1904 een zoon met de naam Nathan. Die werd later slager in Slochteren werd. Op 24 januari 1911 kregen ze ook een dochter Geeltje Simons. Zij trouwde op 3 november 1937 met een bakker uit Winschoten, Izaäk Jozef Lievendag, geboren 21 september 1906. Geeltje en haar man gingen wonen in Winschoten aan de Marktstraat nummer 6.
Nadat haar man op 3 oktober 1942 naar Westerbork moest vertrekken, is Geeltje vrij snel naar haar ouders in Sappemeer verhuisd. Izaäk Lievendag is op 2 november 1942 gedeporteerd en op 31 maart 1943 is hij in Midden Europa omgekomen.
Op de kaart van Westerbork over Martha Haalman staat dat zij lijkenverzorgster was.
Op 11 maart 1943 zijn Sam, Martha en Geeltje aangekomen in Westerbork. Op 25 mei 1943 zijn Sam en Martha gedeporteerd naar Sobibor waar ze op 28 mei 1943 zijn vermoord. Geeltje is op 8 december 1943 gedeporteerd naar Auschwitz waar ze op 11 december 1943 is vermoord.

De Kees de Haanstraat, vroeger (omstreeks 1940) en nu (2023). In het huis van de familie Simons-Haalman is nu Kayas Place gevestigd.
Familie de Beer - Hess
Izaäk de Beer werd geboren in Hoogezand aan de Kalkwijk op 29 april 1871. Hij werd later koopman in manufacturen. Op latere leeftijd trouwde hij met de 21 jaar jongere Bertha Sara Hess. Bertha Sara Hess werd geboren op 14 april 1892 in Bunde. Zij woonden aan de, wat nu heet, Kees de Haanstraat 39 te Sappemeer. Toen heette dat de Stationsstraat.
Samen zijn ze op 28 november 1942 in Westerbork aangekomen. Op 8 december 1942 zijn ze op transport gesteld naar Auschwitz. Daar aangekomen zijn ze direct vermoord. De overlijdensdatum is voor beiden 11 december 1942.
Familie Simons - Valk
Jonas Simons werd geboren in Hoogezand op 27 september 1902. Hij trouwde op 25 juli 1934 met Sara Valk uit Emmen, waar zij was geboren op 10 april 1906 als dochter van Jacob Valk en Frouke Jacobs. Ze kregen op 21 april 1936 een zoon. Hij werd Philippus Valk genoemd.
Jonas Simons was melkboer en ze woonden aan de Lutherse Kerkstraat 82 in Sappemeer. In die tijd werd de melk aan huis gebracht met behulp van een bakfiets. Daarop stonden de melkbussen met de verschillende soorten melk.
Al in 1942 is het gezin naar Westerbork gereisd waar ze op 25 juli 1942 zijn gedeporteerd naar Auschwitz. Toen het gezin uit hun huis was vertrokken is er een ander gezin in hun huis gaan wonen. Dat was een schippersgezin waarvan hun stalen boot voor de Lutherse Kerkstraat in het Winschoterdiep lag afgemeerd. De bezetter kon de boot nu vorderen om hem om te laten smelten in oorlogstuig.
Vader Jonas is op 30 september 1942 vermoord. Moeder Sara en zoon Philippus op 11 december 1942. Nog geruime tijd stond naast hun huis de nu ongebruikte bakfiets als een stille getuige.
Familie Mozes - de Vries
De mensen die hem kenden noemden Salomon Mozes altijd Sam. Hij werd geboren op 5 maart 1891 in Foxhol. Hij is de broer van Fokkien Mozes, die later aan de Middenstraat woonde met haar man Philippus Valk.
Sam was een kermisexploitant die de kermissen in het noorden van Nederland afreisde met zijn vrachtwagen. Hij verdiende daar zijn brood met het verkopen van snoepgoed zoals chocola, zuurstangen. Hij trouwde op 7 mei 1914 met Schannette de Vries uit Winschoten. Zij werd geboren op 20 september 1884. Samen kregen ze twee dochters, Bertha en Greta. Toen de meisjes groter werden gingen zij ook mee naar de kermissen en hielpen met de verkoop. Als ze wat verder van huis waren, overnachtten ze in de vrachtwagen.
Bertha werd geboren op 4 maart 1915, trouwde op 2 april 1938 met Koert Snitjer. Bertha en Koert hebben drie kinderen gekregen.
Haar zus Greta werd geboren op 14 augustus 1918. Zij trouwde op 6 juli 1940 met Borgert Vrieling. Wim en Joke Vrieling zijn hun zoon en schoondochter.
De bezetter pakte Salomon Mozes al eind 1941 op omdat hij illegale blaadjes verspreidde. Hij was overtuigd geheelonthouder en sterk anti-overheid gericht. Hij overleed al op 16 augustus 1942 in Auschwitz. Schannette was ziek en had een doktersverklaring zodat ze niet naar Westerbork hoefde. Ze woonde bij haar dochter in de Lutherse Kerkstraat. Het verhaal gaat dat een NSB-buurman een keer Schannette heeft gezien en dat heeft doorgegeven aan de bezetter. De ziekteverklaring hielp toen niet meer. Schannette kwam op 14 januari 1944 aan in kamp Westerbork. Op 25 januari van dat jaar werd ze gedeporteerd naar Auschwitz. Daar werd ze op 28 januari van dat jaar vermoord. Dat betekent dus direct na aankomst.
Familie Valk - Mozes
Het gezin van Jonas Valk en zijn vrouw Fokkien woonde aan de Middenstraat 107. Jonas was geboren in Veendam op 9 augustus 1880. Fokkien Mozes was geboren in Hoogezand op 18 maart 1882. Ze trouwden op 3 februari 1906. Jonas was een slager en ze woonden in een dubbel huis. Zijn vrouw Fokkien was een zuster van Salomon Mozes. Zij was wat ziekelijk en de familie moest vaak bijspringen. De slagerij van Valk was geen vetpot en er was ook geen koelinstallatie. Het vlees hing aan haken aan de zoldering. Van Hoogezand werd gezegd dat daar de 'elite Joden' woonden, in Sappemeer de 'werkende Joden' en in Foxhol het 'Joodse proletariaat'. Deze uitspraak is van de overleden mevrouw S. Creveld-West. Zij doet dit in het door de dames Boon en Lettinck geschreven boek over de Joodse bevolking in Hoogezand-Sappemeer, Slochteren, Noord- en Zuidbroek en de dorpen er omheen.
Zoon Jacob Valk, geboren in Groningen op 12 juni 1922, was tuindersknecht. Hij werd als gevolg van de maatregelen tegen de Joodse mensen ontslagen. Hij ging toen als zakkennaaier verder. Dit was iets dat hij thuis kon doen en hij kon er nog een paar centen mee verdienen. Hij woonde tot zijn deportatie bij zijn ouders. Net als dochter Bertha Valk die in Sappemeer werd geboren op 20 oktober 1924.
Het hele gezin werd met zijn vieren op 15 juli 1942 gedeporteerd vanuit Westerbork naar Auschwitz.
Philippus en Fokkien werden op 12 februari 1943 in Auschwitz vermoord. Zoon Jacob werd op 30 september 1942 vermoord en dochter Bertha op 15 december 1942
Hartog Herman van der Hak
Hartog Herman van der Hak werd geboren in Sappemeer op 25 januari 1861. Hij heeft een groot deel van zijn leven in Noordbroek gewoond. Hij was daar actief in de Joodse gemeenschap. Later keerde hij weer terug naar Sappemeer.
Hij ging wonen aan de Noorderstraat 289 in een huis dat in bezit was van de familie van Geuns. Hartog was een oom van Bernard van Geuns. In de tussentijd is het huis afgebroken en op die plaats is een nieuw huis gebouwd.
Toen de oorlog uitbrak was hij 79 jaar. In verband met zijn leeftijd en gezondheid kreeg hij van dokter Beukema, en later ook van dokter Meihuizen, een zogenaamde doktersverklaring. Hierin stond dat Hartog niet voldoende gezond was en ook veel te oud om naar Westerbork te reizen. Het heeft niet geholpen. Hartog werd via Westerbork naar Sobibor gedeporteerd, waar hij op 20 maart 1943 werd vermoord.

De locatie Noorderstraat 289 nu. Het huis waar Hartog woonde staat er niet meer, op deze plaats staat nu dit nieuwe huis.
Familie van Delft - Bollegraaf
David van Delft is geboren op 26 september 1916 te Groningen. Hij is de zoon van Levie en Bettje van Delft-Valk uit Wildervank. Hij is getrouwd met Bertha Bollegraaf, geboren op 19 mei 1913 te Hoogezand. Bertha is de dochter van Heiman Bollegraaf en Esther de Beer.
Bertha Bollegraaf en David van Delft trouwen op 8 april 1940 in Hoogezand. Bertha’s oom Izaäk en tante Hendel zijn hun getuigen. De dag na de bruiloft betrekken ze hun nieuwe huis. Het staat aan de Heerenstraat 47 in Sappemeer. Op 18 juni verhuizen ze naar de Zuiderstraat 178. Dit noemt men later de Noorderstraat 320a. Het huis staat er nu niet meer, het is afgebroken. Nu is er de ingang naar het Kringloopmagazijn.
Dochter Bettje van Delft komt op 1 februari 1942 ter wereld in Sappemeer. Aan de Zuiderstraat hebben ze leuke buren. Buurmeisje Alie mag met Bettje in de kinderwagen naar opa en oma Bollegraaf. Zij wonen aan de Brugstraat (nu Meint Veningastraat). Alie at dan mee met de familie. Ze is dan 11 jaar. Contact met Joodse familie in een andere gemeente is dan al lastig. Zo krijgen opa en oma hun kleindochter toch te zien.
Moeder Bertha is inpakster en vader David is pakhuisknecht. Dat doet hij bij zakkenhandelaar Bos aan de Zuiderstraat. Vanaf eind 1941 mag David dit werk niet meer doen. Maar hij zit niet stil. Er moet toch brood op de plank komen. Hij wordt nu zakkennaaier, dit werk doet hij vanuit huis.
Als David vertrekt naar Westerbork geeft buurmeisje Alie hem een bijbeltje mee. Om troost uit te putten. Bertha en Bettje blijven achter. Geldzorgen hebben ze niet. De heer Bos (werkgever van David) brengt elke week geld. In november moeten ook Bettje en Bertha zich melden. Bertha vraagt aan Alie of ze twee foto’s wil bewaren. Dit zijn de trouwfoto en de foto van baby Bettje. Voor als je terug zouden komen.
Op 28 november 1942 komen Bettje en Bertha aan in Westerbork. Vader David is dan al overleden. Hij is op 18 augustus 1942 omgebracht in Auschwitz. Op 11 december 1942 zijn ook Bettje en moeder in Auschwitz. Direct bij aankomst zijn zij vermoord. Bettje is dan bijna 11 maanden oud.


Foto 1: Baby Bettje van Delft
Foto 2: Huwelijksportret van David van Delft en Bertha Bollegraaf met twee bruidskinderen gemaakt op 8 april 1940. Vermoedelijk in Hoogezand, waar zij op die datum in het huwelijk zijn getreden.

De Noorderstraat 320a was het middelste vierkante huis met plat dak, aan de straat gelegen.
György Szamek en Veronika Szamek
György Szamek werd geboren in Hongarije, in Szeged, op 22 november 1912. In 1938 kwam György naar Sappemeer. Hij vond daar een baan als chemicus bij een bedrijf. Hongarije werd pas in 1944 door Duitsland bezet. Hij vond het waarschijnlijk veiliger om naar Nederland te verhuizen, omdat Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal was gebleven. Hij liet zijn zus Vera (Veronika) Szamek in 1940 vanuit Hongarije naar Nederland komen. Vera was geboren op 7 september 1917 in Temesvar in Roemenië. Het is niet bekend wanneer zij verhuisde van Roemenië naar Hongarije. Vera had iets in de mode geleerd want ze kon mooie jurken tekenen en naaien. Een oudere dame uit Hoogezand, kwam meerdere keren bij haar op bezoek. Vera gaf haar een soort kartonnen meisjespop die je met papieren kleren kon aankleden. In de loop van de tijd zijn die spullen verloren gegaan. Op de kaart uit Westerbork staan niet alleen de namen van Veronika en György, maar ook die van de heer Borcherts van de Noorderstraat uit Sappemeer. Het blijkt dat Vera contact had met de heer Geert Borcherts.
Vera en György woonden, toen ze naar Westerbork gingen, aan de Noorderstraat 374. Daar huurden ze twee kamers.
Maar Sappemeer bleek geen veilige plek voor deze broer en zus. Op 25 september 1942 zijn ze samen vanuit Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz- Monowitz, een werkkamp van het complex Auschwitz. Vera is daar overleden of moeten we zeggen vermoord, op 28 september 1942, dus direct na aankomst. György is in hetzelfde kamp vermoord op 31 januari 1943.

De Noorderstraat omstreeks 1955. Het huis waarin György en Vera woonden was het vierkante huis onderaan in het midden (meest rechts).
