Het verhaal van Derk Lutjeboer

In november 1922 wordt Derk Engelko Albert Lutjeboer aangesteld als onderwijzer op de Openbare Lagere Oosterschool in Sappemeer.
Bij de op 4 juni 1900 in Stadskanaal geboren Derk zit het onderwijzen in het bloed, ook vader Albert gaat hem voor als onderwijzer, terwijl moeder Diederieka voor de kinderen zorgt. 
Kort na zijn aanstelling op de Oosterschool verhuist Lutjeboer naar Sappemeer. Noorderstraat 147 (nu Noorderstraat 369) is zijn nieuwe adres, waar hij intrekt bij de weduwe van Jac. Venema. Lang werkt hij niet op de Oosterschool, in mei 1925 wordt hij wegens een reorganisatie eervol ontslagen en op wachtgeld gezet. Een jaar later is er toch weer plaats voor een extra onderwijzer en wordt hij wederom aangesteld als onderwijzer mét hoofdacte.

krantenartikel onderwijzer
Afbeelding: In het Volksblad Oost-Goorecht en omstreken van 22 mei 1926 wordt Derk Lutjeboer genoemd als benoemd tot onderwijzer.

Na zijn huwelijk met Aaltje Rensine Hoek (Beerta, 21-03-1899), die eveneens onderwijzeres is, verhuist hij in 1928 naar Winschoten. Na daar korte tijd te hebben gewoond – waarschijnlijk met de crisis van de jaren dertig al in de lucht – verhuizen ze in datzelfde jaar naar Amsterdam waar Derk wederom als onderwijzer aan de slag kan.

Begin jaren dertig gooien ze het roer om en vertrekken naar Semerang op Java, waar Lutjeboer een baan heeft als leraar Aardrijkskunde aan de HBS. Ook hier lijkt het hen niet gegund. Tijdens de Japanse inval in Nederlands-Indië wordt het gezin, dat ondertussen is uitgebreid met een dochter (1931), gevangen genomen.

Op vrijdagmorgen 15 september rijdt de trein vanaf het Station Pasar Senen naar de haven van Batavia, Tanjung Priok. In de trein bevinden zich honderden mannen, waaronder Lutjeboer. In de haven ligt een oud vrachtschip dat de Junyo Maru heet. Het schip zal varen naar Sumatra, waar de mannen moeten werken aan de Pekanbaru-spoorweg van Pekanbaru naar Muaru. Nadat er ruim 4200 Romoesja’s (Javaanse dwangarbeiders) in het ruim zijn gestouwd, wordt ook de groep krijgsgevangen, waaronder 1100 Nederlandse, het schip in gedreven. Op 16 september vertrekt het schip vanuit de haven van Batavia in Noord-westelijke richting, de mannen weten nog altijd niet waar ze heen worden gebracht of wat er gaat gebeuren. Het schip is in slechte staat, de hitte is ondraaglijk en de mannen worden slecht behandeld.

Op maandagmiddag 18 september doet een zware explosie het hele schip schudden. De Japanners delen mee dat de motoren van het schip zijn uitgevallen, maar in werkelijkheid is het de HMS Tradewind, een onderzeeër van de geallieerden, die vier torpedo’s afsteekt en drie dieptebommen werpt in de richting van de Junyo Maru. De Tradewind had als opdracht Japanse vrachtschepen te torpederen om te voorkomen dat de Japanners hun troepen in Nederlands-Indië konden bevoorraden. Overlevenden springen in zee, ookal kunnen velen van hen niet zwemmen. Door zich vast te houden aan vlotten redt een groot deel van de mannen het toch. Op het schip blijft het toch redelijk rustig, veel mannen realiseren zich nog niet dat het schip zinkende is. Uiteindelijk duurt het twintig minuten voordat het schip gezonken is en overleven maar ongeveer acht- á negenhonderd mensen de ramp. De korvet die terugkwam om drenkelingen op te pikken nam lang niet alle mensen mee, velen werden aan hun lot overgelaten of werden alsnog overboord gegooid omdat ze verzwakt waren. Ook Lutjeboer overleeft de ramp niet, op 18 september 1944 vindt hij de dood. Zijn vrouw Aaltje overlijdt in 1945 in een Jappenkamp.

Het zinken van de Junyo Maru is één van de grootste scheepsrampen in de geschiedenis. Er vielen bijna vier keer zoveel doden als bij de Titanic, waarbij in 1912 zo’n 1500 slachtoffers vielen.
Om Derk Lutjeboer en alle gevallen Nederlanders in de overzeese gebieden te eren wordt bij Raadsbesluit van 31 januari 1947 door de gemeenteraad van Sappemeer besloten een straat naar Derk Lutjeboer te vernoemen.

Derk Lutjeboerstraat
Afbeelding: op 5 februari 1947 lezen we in het Nieuwsblad over de Derk Lutjeboerstraat.