Aletta Jacobs: een meisje met een droom

Aletta Jacobs wordt gezien als een vrouw die het aanzien van Nederland veranderd heeft. Ze groeide op in Sappemeer en was de eerste vrouw in Nederland die een HBS bezocht, de eerste vrouw die universitair onderwijs volgde, de eerste vrouw die arts werd én de eerste vrouw die promoveerde. Aletta was bovendien het boegbeeld van de eerste feministische golf. Ze ijverde voor verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden van vrouwen, zette zich in voor geboorteregeling, vrouwenemancipatie en -kiesrecht en de wereldvrede.

Aletta had een droom

Op 9 februari 1854 komt Aletta Henriëtte Jacobs aan de Borgercompagniesterstraat in Sappemeer ter wereld als het achtste kind van Anna de Jongh en Abraham Jacobs. Na haar worden nog drie kinderen geboren, zo is het Joodse gezin van dertien compleet. Het gezin had het niet breed, maar kon de eindjes aan elkaar knopen.
Vader Abraham en broer Julius, die beide arts waren, waren Aletta’s voorbeelden. Al op jonge leeftijd weet Aletta dat ze in hun voetsporen wil treden, dat had echter nog veel voeten in de aarde… Omdat ze een meisje was, mocht ze na de lagere school niet verder leren. En dat terwijl ze zo goed kon leren. Tijdens haar lagere school jaren zat ze regelmatig thuis vanwege gebrekkige gezondheid, maar ondanks dat was ze een uitmuntende leerling. Na de lagere school kon Aletta naar een deftige jongedameskostschool, waar ze zou leren hoe ze zich netjes moest gedragen in het bijzijn van haar man en hoe ze alle huishoudelijke taken uit moest voeren. Aletta hield het hier welgeteld veertien dagen uit. Ze probeerde het nog op de Naaischool, maar ook dit was niets voor haar, ze was droevig en lusteloos. Aletta had een droom, en vanaf dat moment stort ze zich vol op haar toekomst als arts.


 geboorteakte  58f6d36551da8df885854df307447303c6bd811c056d6c58fc81a4518b66d4e5Voormalig woonhuis van Aletta Jacobs aan de Noorderstraat 19 in Sappemeer.

De brief aan Thorbecke

Haar vader leert haar Grieks en Latijn en op haar vijftiende doet ze examen als leerling-apotheker en slaagt. Aletta is bovendien de eerste Nederlandse vrouw die als toehoorster officieel wordt toegelaten op de hbs, waar normaal geen vrouwen werden toegelaten. Na haar studie aan de Rijks Hogere Burgerschool (RHBS) in Sappemeer, als Aletta zeventien is, schrijft ze in het geheim een brief aan de liberale minister van Binnenlandse Zaken, Johan Rudolf Thorbecke. Ze verzoekt hem om haar vrijstelling te verlenen voor het toelatingsexamen van de universiteit. Het duurt niet lang voor ze antwoord krijgt, of eigenlijk schrijft hij haar vader dat hij geïnteresseerd is in haar motivatie. Thorbecke is haar goedgezind en de vrijstelling wordt verleend. Aletta mag nu academische lessen gaan volgen aan de universiteit van Groningen. Eerst op proef voor een jaar, maar in 1872 ontving ze de definitieve toestemmingsbrief. Als enige vrouw heeft ze het niet altijd makkelijk, haar mannelijke medestudenten moeten erg wennen aan een vrouw in hun midden. Maar haar doorzettingskracht sleept haar door de moeilijkere tijden heen. Nu had ze enkel nog toestemming nodig om examen te doen, deze gaf Thorbecke haar terwijl hij al op zijn sterfbed lag. Ze maakt haar studie af in Amsterdam en in 1877 en 1878 legt zij haar artsexamen met succes af. Daar houdt het voor Aletta nog niet op. Ze gaat nog een jaar doorstuderen en in 1879 promoveert ze in Groningen met haar dissertatie ‘Over localisatie van physiologische en pathologische verschijnselen in de groote hersenen’.


 9819c4286b0acf6f977011fcfecd2e99fde245ba7125098249059e6c48272076Voormalige RHBS te Sappemeer

Voorbeeld voor vele vrouwen

Voorheen waren universiteiten en ook veel scholen enkel voor jongens en mannen toegankelijk. Het toelaten van Aletta Jacobs als vrouw tot de universiteit laat ook andere vrouwen zien dat er meer mogelijk is. Uiteindelijk heeft zij ervoor gezorgd dat alle universiteiten in Nederland worden opengesteld voor zowel mannen als vrouwen. Na haar volgden dan ook veel vrouwen haar voorbeeld.
Aletta was overigens niet de eerste vrouw die lessen aan de universiteit volgde. Anna Maria van Schurman ging haar voor. Zij was een geleerde vrouw in de zeventiende eeuw die meer dan tien talen beheerste. Zij mocht destijds een aantal colleges in Utrecht volgen, maar wel van achter een gordijntje, zodat ze de jonge mannelijke studenten niet af zou leiden.
Ook was zij niet de eerste vrouwelijke arts, maar wel de eerste aan een universiteit afgestudeerde vrouwelijke arts. Rond 1630 had Amsterdam al een vrouwelijke chirurgijn, Trijn Jacobs genaamd. Vermoedelijk waren er wel meer vrouwelijke chirurgijns.

Geen ziekenhuis die een vrouw wil aannemen!

Aletta heeft alle papieren op zak, maar een baan vinden lijkt onmogelijk. In Nederland wil geen enkel ziekenhuis een vrouwelijke arts aannemen. Daarom vertrekt ze naar Londen. Hier ontmoet ze veel Engelse vrouwen die gestudeerd hebben aan de ‘London School of Medicine for Women'. Deze school speciaal voor vrouwen was al in 1874 opgericht. De dames die er lessen volgden waren feministen met een sterke mening over vrouwenkiesrecht en geboortebeperking. Zelf gaat ze aan de slag op een consultatiebureau en via haar vriend Carel Victor Gerritsen komt ze in contact met de Engelse ‘social reformers’. Dat leidt ertoe dat ze terug in Nederland in 1881 lid wordt van de vrijdenkersvereniging ‘De Dageraad'. Ze weet nu wat ze wil en op drieëntwintigjarige leeftijd opent ze haar eigen huisartsenpraktijk aan de Herengracht in Amsterdam. Bij haar is iedereen welkom, rijk of arm. Veertien jaar lang houdt ze twee keer per week een gratis spreekuur voor de arme bevolking uit de volkswijken, zoals de Jordaan.


 SF00025534
Afbeelding uit het Beeldarchief Amsterdam van een artikel van omstreeks 1890 over de opening van de eerste kliniek in de wereld voor de controle bij de zwangerschap en geboorte in Amsterdam in 1884.

Baas over je eigen lichaam

Van dichtbij ziet Aletta hoe de vele zwangerschappen zijn tol eisen op het lichaam van de vrouwen die ze ziet. Ze zijn letterlijk uitgeput. Daarom leert ze hen over geboortebeperking door het gebruik van een pessarium. Ook hierin is Aletta vooraanstaand. Er was überhaupt nooit iemand in Nederland die er ooit bij stil had gestaan dat het mogelijk was om niet zwanger te worden als vruchtbare vrouw. Ze gaf vrouwen een keuze en de mogelijkheid om hun lichaam rust te geven.

Uiteraard zijn velen het niet eens met Aletta. Zij vinden dat de vrouw haar lot en de manier waarop hun lichaam werkt moeten accepteren. En dat betekent “baren, zogen en zorgen”. Anderzijds vinden ze vaak ook dat zij als vrouwelijke arts minder geld mag vragen voor een behandeling of consult.

Verplichte zitgelegenheid voor winkeljuffrouwen

Een ander veel voorkomend probleem onder vrouwen is rug- en gewrichtspijn in de voeten, knieën en heupen. Deze jonge vrouwen moesten vaak uren achter elkaar staan. Werkdagen duurden toen nog niet van acht tot vijf en van pauze hadden ze ook nog nauwelijks gehoord. Vaak stonden de dames meer dan vijftien uur per dag achter de kassa. Aletta noemt het zowel medisch als sociaal onverantwoord. Het blijft voor haar dan ook niet bij het verzachten van de klachten, maar in 1894 verzoekt ze alle winkels in Nederland om zitgelegenheid voor kassajuffrouwen te regelen. Ook vraagt ze aan heel Nederland om niet naar winkels te gaan waar dit nog niet goed geregeld is. Uiteraard zorgt dit voor reuring in het land, de kranten staan er vol mee. Maar met positief resultaat, want in 1902 wordt in de wet opgenomen dat winkeljuffrouwen zitgelegenheid moeten hebben.

De strijd om het vrouwenkiesrecht

Aletta Jacobs kennende had zij nog meer in petto. Als echte feminist dient zij al in 1883 een aanvraag in om zichzelf verkiesbaar te stellen, maar haar verzoek wordt tor haar spijt afgewezen. Aangezien Aletta met haar eigen praktijk voldoende verdient zou ze bovendien mogen stemmen. In eerste instantie stond er namelijk nergens in de wet dat je als vrouw niet mocht stemmen, er was enkel een loongrens om te mogen stemmen. Aangezien Aletta daaraan voldeed, wilde ze gebruik maken van haar stemrecht. Later werd daarom alsnog een verbod voor vrouwen om te stemmen in de Grondwet opgenomen.
Als ze er, na het overlijden van haar man Carel (waarmee ze vanaf 1884 een vrij huwelijk had en vanaf 1892 voor de wet), alleen voor komt te staan, richt ze zich volledig op de rechten van de vrouw over de hele wereld. Dat doet ze niet alleen, samen met een groep andere feministen richt ze in 1894 de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VVVK) op en Aletta wordt aangesteld als voorzitster. Ze vinden dat iedereen recht heeft op kiesrecht, ongeacht geslacht, als je maar voldoet aan de wettelijke belastingverplichtingen. De VVVK trekt door het hele land waar ze lezingen, congressen en bijeenkomsten organiseren. Ze delen pamfletten uit en hebben ook internationale contacten. Het werven van leden valt de eerste tijd niet mee, vooral omdat de naaste omgeving druk op vrouwen uitoefent om maar niet lid te worden. Mannen mochten overigens ook lid worden, maar mochten niet in het bestuur. Omstreeks 1908 begint het beter te lopen. De strijd om het vrouwenkiesrecht had succes, in 1917 krijgen vrouwen passief kiesrecht (recht om gekozen te worden) en twee jaar later in 1919 volgt het actief kiesrecht (recht om te stemmen). In 1922 kunnen vrouwen voor het eerst naar de stembus.

Wereldvrede

Tussendoor weet Aletta zich ook nog in te zetten voor de wereldvrede. Zo protesteerde ze tijdens de Tweede Boerenoorlog in Afrika tegen de concentratiekampen die de Britten daar voor de kinderen en vrouwen van de strijdende Boeren hadden ingericht. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog ijverde zij zowel in Nederland als in andere landen voor de wereldvrede.

Op 10 augustus 1929 overleed Aletta op 75-jarige leeftijd in Baarn.


 SF00019023
Portretkop van Aletta Jacobs bij de voormalige RHBS te Sappemeer.

Herinneringen en erkenning

Met Sappemeer als geboorteplaats en plek waar Aletta opgroeit, liggen er verschillende herinneringen. Zo vinden we hier nog haar huis, de voormalige Rijks Hogere Burgerschool, waar een portretkop van Aletta Jacobs is geplaatst en het huidige Dr. Aletta Jacobs College in Hoogezand.
De gemeente Hoogezand-Sappemeer kent om de twee jaar de Aletta Jacobsprijs toe aan een persoon of instelling die het gedachtegoed van Aletta Jacobs levend heeft gehouden. Ook in Groningen wordt iedere twee jaar door de Rijksuniversiteit Groningen de Aletta Jacobsprijs uitgereikt, maar dan aan een vrouw met academische opleiding die een voorbeeldfunctie vervult op het gebied van emancipatie.
In 1923 werd er al een gedenksteen geplaatst in haar voormalige woonhuis in Amsterdam in de Tesselschadestraat.
In 2006 is Aletta Jacobs opgenomen in de ‘Canon van Nederland'. Aletta wordt hiermee erkent als een van de vijftig essentiële onderwerpen voor de Nederlandse geschiedenis in het voortgezet onderwijs. In 2008 volgde de ‘Canon van Groningen' en een kamer in het Gronings Universiteitsmuseum. Ook één van de gedenkramen in het Academiegebouw bevat een afbeelding van Aletta Jacobs.
Het persoonlijke archief van Aletta staat sinds 2017 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het is te bekijken bij ‘Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. In ons archief vinden wij de verschillende inschrijvingen van het gezin Jacobs in onze gemeente.

 

Publicatiedatum: 22 mei 2019
Auteur: Rachel Hiemstra

Bronnen: