Licht in Kolham: de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk

Ondanks dat er al eeuwen gefilosofeerd werd over elektriciteit, duurde het nog lange tijd voordat elektriciteit ook ingezet kan worden in het dagelijks leven. De eerste bruikbare gloeilamp wordt in 1879 door Thomas Edison uitgevonden, maar het zal nog vele jaren duren voordat heel Nederland, en ook Kolham verlicht zal zijn.

De luxe van petroleum

“De luxe?”, hoor ik je zeggen. Ja, petroleumverlichting was een enorme vooruitgang. In de 19e eeuw gebruikte men voornamelijk patent- of raapolie voor het creëren van verlichting. Raapolie gaf echter slechte verlichting . Als het ’s winters vroeg donker was, lag je ook vroeg in bed. Maar goed, je werd ook geacht om weer op tijd naast je bed te staan, want van de achturige werkdag had men destijds nog niet gehoord. Moest je naar je werk, dan stond er geen fiets, auto of bus voor je klaar, menigeen nam gewoon de benenwagen. En dan had je geluk als je maar een paar kilometer hoefde te lopen.
De petroleumlamp gaf veel meer licht dan die met raapolie, en zo kon de dame des huizes ’s avonds nog eens wat naai-, brei- of verstelwerk doen. Aan het plafond hing een mooie lamp, vaak aan drie kettingen en door middel van een aantal katrollen kon je de lamp hoger of lager hangen. Overdag hing de lamp hoog aan de zoldering en ’s avonds trok men hem omlaag. Had je geen hoog plafond? Dan zaagde je gewoon een gat in de zoldering, waarop je een verhoging bouwde, waar de lamp in kon hangen. Het petroleum zat in een glazen reservoir, waarboven de brander zat, die je hoog (voor meer licht) of laag (voor weinig licht) in kon stellen. Om de andere ruimtes in huis te verlichten had je een kleinere lamp, die in de hand mee kon worden genomen. Deze had aan één zijde een blaker, die ervoor zorgde dat het licht naar één kan weerkaatste. In de schuur had je de stormlantaarn, die een hengsel bevatte en van glas was voorzien tegen wind of regen.

kolham1900
Kolham omstreeks 1900 voor de aanleg van het elektriciteitsnetwerk. Hoofdweg (centrum van het dorp) met v.l.n.r. de woning van smid Jacob Oosterhuis en zijn gezin en vervolgens café De Zeven Wolden. In 1913 brandde het café geheel af, maar het werd weer herbouwd.

De weg naar elektriciteit

In 1912 werd in de stad Groningen de eerste elektrische centrale in werking gesteld. Eén jaar later, in 1913, werd de N.V. Maatschappij tot aanleg en exploitatie van Laagspanningsnetten opgericht, welke de opdracht had om elektriciteit naar de verschillende gemeenten te distribueren. Het jaar daarna, in 1914, werd het Provinciaal Electrisch Bedrijf geopend.
Al op 22 januari 1913 wordt in de raadsvergadering van de gemeente Slochteren besloten om een laagspanningsnet aan te leggen. Via transformatoren zal de elektriciteit dan worden verdeeld. Eerst zal men de hoofddorpen aanpakken, daarna de kleine dorpen en gehuchten.
Kolham valt binnen groep 2 en de Nieuwelaan (later Rengerslaan) binnen groep 3. Ruim twee jaar later, op 22 mei 1915, is de eerste bovengrondse elektriciteitsleiding langs de Hoofdweg in Kolham gereed. Ook Foxham wordt in 1915 aangesloten, alleen niet op het netwerk van Slochteren, maar op dat van Hoogezand. Een gedeelte van de Nieuwelaan is dan ook al van elektriciteit voorzien. Pas vier jaar later wordt bij raadsbesluit van 1 december 1919 ook de rest van de Nieuwelaan aangesloten op het netwerk. De Knijpslaan en de Bovenstreek moeten het echter nog altijd met de petroleumlamp doen. In 1915 stonden er in de Knijpslaan slechts 20 huizen en op de Bovenstreek vijf. In 1915 vond men het dan ook niet rendabel om ook deze straten aan te sluiten. Bovendien lag de Bovenstreek te ver van de weg af. Op 16 oktober 1929 kwam de goedkeuring van de gemeenteraad om ook de Knijpslaan aan te sluiten. De Knijpslaan wordt in de loop der tijd steeds meer bebouwd vanwege de industrie van Hoogezand-Sappemeer. Dit zorgt ervoor dat de stroomvoorziening onvoldoende is. In 1932 wordt er daarom een transformator geplaatst aan de westzijde van de Knijpslaan, op het erf van de boerderij op de hoek van de Hoofdweg. Later wordt deze naar de oostzijde verplaatst. Ook aan de Nieuwelaan komen steeds meer huizen. In 1935 wordt ook hier het net verzwaard. In dat jaar breidt men ook de straatverlichting uit. Bewoners van de Langewijk komen in 1931 in actie om zeven percelen aan te sluiten op het net, dit kon alleen als men kon garanderen dat er gedurende vijftien jaar tenminste voor 30 gulden per jaar werd afgenomen. Zeven jaar later werd er voor deze straat weer een aanvraag gedaan, nu voor tien huizen, dit ging echter niet door vanwege te weinig medewerking.

kolham1920     
Foto 1: Kolham 1920, Café Braam, links langs de weg de eerste elektriciteitspalen

De paal in

Alle elektriciteitsleidingen langs de weg in Kolham werden bovengronds aangelegd. Grote, stevige palen werden de grond in geslagen en bovenin hingen de draden. De palen waren genummerd, zodat men bij een storing precies na kon gaan waar het probleem lag. De reparateur moest bij een storing de paal in klimmen. Daar de Groningers geen volleerde paalklimmers waren deed men dit met zogenaamde ‘schaatsschoenen'. De scherpe punt aan de voorkant van de schoen kneep als het ware in de paal en een stevig touw rondom te paal en de reparateur zorgde ervoor dat hij veilig boven kwam.

Gevaar ligt in een klein hoekje…

Als ook de straatverlichting op de Knijpslaan wordt aangelegd, worden dat geen lampen aan één kant van de weg, maar mooie booglampen boven de weg. In 1930 is alles gereed. Aan beide kanten van de weg staan palen met daartussen stevige metalen draden waaraan de lampen hangen. Je kunt je voorstellen dat dit misschien niet de meest veilige oplossing was en dat bleek wel op een zondagmorgen in november. Tijdens een nachtelijke storm was één van de booglampen losgeraakt en deze hing nu over de metalen draden, waar stroom op stond, naar beneden. Drie jongens, Johan Klöpping, H. Jongsma en B. Gerdes waren ’s ochtends onderweg om in Hoogezand een boodschap te doen. Jong en onbezonnen als ze zijn zagen ze het gevaar niet. Johan pakte de metalen kabel om slootje te springen en kreeg een elektrische schok. Zijn vrienden slaan meteen alarm en de hele buurt is in rep en roer, maar hulp kwam te laat, de jongen had de schok niet overleefd.
Later worden de eisen voor elektriciteitsleidingen strenger, leidingen worden weggewerkt in muren en in de grond, om dit soort situaties te voorkomen.

Het gemak van elektriciteit

De komst van elektriciteit in huis brengt een grote verandering met zich mee en bovendien een groot gemak. Geen lampen meer vullen met petroleum, maar overal een knopje waarmee je zomaar ineens licht hebt, waar je maar wilt. De petroleumlamp wordt omgeruild voor in elke ruimte een lamp met mooie lampenkap. De houten blinden voor het raam maken plaats voor mooie overgordijnen, die men overigens niet meteen dicht doet, want je moet natuurlijk de buurt ook laten zien hoe prachtig je lampenkap is! Overal had je licht, van de woonkamer tot in het kleinste kamertje (waar overigens nog geen wc met waterspoeling stond) en aan de weg. Dit laatste was een grote verbetering. De Nieuwelaan en de Knijpslaan waren vóór de straatverlichting donkere buurten, vooral als je vanuit Hoogezand, Foxhol of Foxham kwam, plaatsen die al volledig verlicht waren.

Ook in de landbouw profiteerde men van de komst van de elektriciteit. Het dorsen kon nu gebeuren met behulp van elektriciteit, waar men voorheen gebruik maakte van een verrijdbare locomobiel die de machine in beweging bracht. Naast het gemak, was dit ook een schonere manier van werken, er was geen steenkool meer nodig. Al was het dorsen zo wel een stuk prijziger. Had je als boer geen krachtstroom, dan tapte je dat bij de buurman af, later werd dat dan wel weer verrekend.

In huis kwamen ook steeds meer gemakken. Zo werd de wasroffel langzaamaan vervangen door de wasmachine en het strijkijzer dat met kolen uit de kachel werd gevuld of op de kachel werd verwarmd werd vervangen door het elektrische strijkijzer. Een belangrijke ontwikkeling was natuurlijk ook de komst van de radio, die de wereld in huis haalde, en later de televisie en het Internet. Het zijn allemaal gemakken waarvan we ons nu niet meer kunnen indenken dat ze er niet zijn. ’s Ochtends opstaan met een kopje koffie uit de Senseo, een warme douche, even de berichten op je telefoon bekijken, geen pen maar een laptop of tablet, de robotstofzuiger die intussen je huis schoonmaakt en de babyfoon met beeld die de kinderen in de gaten houdt. Wat zouden we toch moeten zonder al deze gemakken…, of was vroeger alles toch beter?

Meer lezen over Kolham? Het boek 700 jaar Kolham vertelt u de verhalen.