De Woldjerspoorweg

Het Woldjerspoor is de naam voor de spoorlijn van Groningen via Slochteren naar Weiwerd. Het tracé had veertien stations en haltes. Vanaf het Hoofdstation in Groningen waren dat Roodehaan, Engelbert, Bieleveldslaan, Harkstede-Scharmer, Kolham, Froombosch, ’s Gravenschans, Slochteren, Wijgchelsheim, Schildwolde-Hellum, Zandelaan, Siddeburen, Leentjerweg, Tjuchem-Meedhuizen en aan het einde Weiwerd. De treinen reden via Farmsum daarna door naar station Delfzijl. De stationsgebouwen en haltes langs de spoorlijn werden (afgezien van station Weiwerd, dat al sinds 1910 bestond) ontworpen door de architect Ad van der Steur. Zeven van de stations waren volgens het ‘standaardtype Woldjerspoor’ en het achtste, station Froombosch, was kleiner, de overige zes waren eenvoudige haltes. Bouwbedrijf Van der Laan uit Kollum bouwde de stations en een aantal dienstgebouwen tussen 1925 en 1930.

Al in het begin van de twintigste eeuw lagen er plannen voor het bouwen van een spoorweg richting de Woldstreek. Ruim tien jaar daarvoor (1888) werd er zelfs al gesproken over een mogelijke spoorweg. Reden hiervoor was het vervoer van landbouwproducten, maar ook vervoer van reizigers. Kornelis ter Laan, destijds Tweede Kamerlid voor de SDAP, presenteerde al in 1902 een brochure met een plan voor de aanleg van een stoomtramlijn van Groningen via Slochteren naar Wagenborgen. 8 jaar later was de spoorlijn van Zuidbroek naar Delfzijl gereed, maar hiermee werden de Woldjers nog altijd niet bediend. Na meer dan twintig jaar start in 1925 dan eindelijk de realisatie van het Woldjerspoor. 36 kilomeer spoor voor transport van goederen en passagiers, met langs het tracé acht stations en zes stopplaatsen. Voor velen voelt de aanleg als een verlossing. De aansluiting op andere trajecten zorgt voor een betere verbinding met de landelijke economische infrastructuur. De spoorlijn zal positief voor de economie zijn, zorgen voor efficiëntere landbouw, meer werkgelegenheid en een sterkere positie van de Woldstreek in de regionale economie. De aanleg zal uiteindelijk duren tot september 1929. Tegenover de Fraeylemaborg in Slochteren werd een groot emplacement met een watertoren en een overslaghaven aangelegd. Dit punt kon door landbouwers uit de hele gemeente worden gebruikt om hun goederen over te slaan. Na een grote gezamenlijke inspanning van politici is het eindelijk zo ver en daarom worden kosten nog moeite bespaard en worden er in verschillende dorpen volksfeesten georganiseerd.
In Froombosch reden praalwagens en werden de schoollokalen rijk versierd. De eerste trein werd onder luid gezang ontvangen. De trein zat vol met hoogwaardigheidsbekleders, zoals de minister van Waterstaat Van der Vegte, burgemeester Van der Hoop van Slochteren en de Commissaris van de Koningin. Bij elk station werd gestopt en werd het volk toegesproken, het feest verspreidde zich langzaam over de gehele gemeente. In Slochteren werd zelfs extra tijd ingelast. Burgemeester Van der Hoop, die uiteindelijk een belangrijke rol had gespeeld bij de totstandkoming van het Woldjerspoor, sprak onder grote belangstelling namens het gemeentebestuur de meereizende autoriteiten toe. In de Fraeylemaborg (waar Van der Hoop woonachtig was) genoten zij allen van een koud buffet. Het geheel werd afgesloten in de Harmonie in Groningen met een diner.

vanderhoop     GemeentehuisWoldjerspoor
Foto 1: Portret van Mr. Evert Jan Thomassen à Theussink van der Hoop van Slochteren (Slochteren, 04-02-1875 - 27-04-1952).
Foto 2: 1939, het gemeentehuis van de gemeente Slochteren met op de voorgrond het Woldjerspoor.

Helaas blijken al vanaf het eerste exploitatiejaar de inkomsten tegen te vallen. Vooral wat het goederenvervoer betreft vallen de inkomsten sterk tegen en het aantal passagiers kan de gemiste inkomsten niet compenseren. Men moet op zoek naar wegen om het Woldjerspoor rendabel te houden. De boeren, die het spoor een warm hart toedragen, zijn zelfs bereid om goederen per spoor te laten vervoeren, ook als dit hogere kosten met zich meebrengt dan het vervoer per vrachtwagen. Helaas wil dit alles niet baten. Daarom richt men zich daarna helemaal op de passagiers. Men luistert naar klachten, biedt een gratis fietsenstalling aan en start een reclamecampagne. Ook hier mocht het niet baten, de concurrentie van autobusondernemingen is te groot. Het gemeentebestuur doet haar best om de spoorlijn te redden van de ondergang. Een ernstige botsing in 1937 van een trein met een autobus op de spoorwegovergang bij het gemeentehuis van Slochteren doet het imago van de spoorlijn ook geen goeds. In een uiterste poging om de spoorlijn te redden wordt een pamflet huis aan huis verspreid met de kop ‘Laat het niet uw schuld zijn, wanneer ze onverhoopt opgeheven wordt’. Daarnaast stuurt men een bedelbrief naar de staatsspoorwegen, de Minister van Waterstaat en de Minister van Defensie, maar ook zij schieten de Groningse gemeenten op dat moment niet te hulp. De spoorlijn heeft geen toekomst meer. Op 1 januari 1940 wordt de spoorlijn dan toch genationaliseerd en daarmee eigendom van de Nederlandse Spoorwegen. Maar lang zal het Woldjerspoor dan niet meer bestaan. Uiteindelijk wordt op 5 mei 1941 het reizigersvervoer stopgezet en op 27 juli 1942 het goederenvervoer. De Duitse bezetters breken tijdens de oorlog de lijn op om de materialen te kunnen gebruiken aan het Oostfront.

Dit verhaal is grotendeels gebaseerd op het boek van Peter Kamminga, ‘het Wapen van Slochteren’, die het politieke leven van Evert Jan Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren beschrijft.