Borg Vredenburg

De bouw van een zomerverblijf

Op de plek waar we nu Meint Veningastraat 75 vinden stond vroeger een prachtige buitenplaats: borg Vredenberg. De borg werd gesticht door Gerhard ten Berge (1620-1682), die burgemeester van Groningen was en doctor in beide rechten. Hij kocht vanaf 1659 verschillende stukken grond langs het Winschoterdiep in Hoogezand, welke hij liet vervenen om er één geheel van te maken.

Vier jaar later, in 1664 werd zijn zomerverblijf Vredenberg hier gebouwd. De borg had twee verdiepingen en had de vorm van een kruis. In het midden, bovenop het huis stond een klein torentje. Om de borg lag een gracht. Via een brede oprijlaan omzoomd door bomen bereikte je de borg.


 Pentekening van Vredenburg op t' Hogesand anno 1782. Vredenburg op t' Hogesand anno 1782.

De naam Vredenberg

De naam Vredenberg is een combinatie van ‘Vreden’ en ‘Berge’. Berge komt uiteraard van zijn eigen naam, Vreden komt van de naam van zijn echtgenote Houcke van Freden.

Uitbreiding van het landgoed

Na 4 jaar, in 1668, droegen Gerhard ten Berge en Houcke van Freden de borg over aan hun zoon Gerhard Hindrick ten Berge. Zijn vader bouwde een nieuw buitenverblijf schuin tegenover de Kalkwijk, dat hij Vredendal noemde, als tegenhanger van Vredenberg. In de negentiende eeuw werd het vernieuwd en kreeg het de naam Vredenrust.


  Huize 'Vredenrust' (1900) op de locatie waar later de Frans Halsstraat op de Hoofdstraat uitkomt, tussen perceel nr. 151 en 153. Huize 'Vredenrust' (1900) op de locatie waar later de Frans Halsstraat op de Hoofdstraat uitkomt, tussen perceel nr. 151 en 153.

Gerhard jr. was rentmeester van de vaste provinciegoederen (de landerijen van de voormalige kloosters die na de Hervorming provincie-eigendom waren geworden) en vanaf 1683 ook raadsheer van de stad Groningen. Hij breidde het landgoed aanzienlijk uit met verschillende aankopen. Het strekte zich nu uit van Martenshoek tot en met de Knijpslaan en vanaf het Winschoterdiep helemaal tot aan Kolham.

Een ontrouwe rentmeester

Gerhard jr. had zijn geld echter niet helemaal eerlijk verkregen. Al gauw kwamen er problemen. Veel pachters van de provincie-boerderijen zouden achterstallige huur hebben. Toen zij een aanmaning kregen, beweerden zij echter gewoon betaald te hebben. Toen hij in 1683 als rentmeester opgevolgd werd door Andreas Spanheim, kwam na een onderzoek in 1686 de waarheid aan het licht: Ten Berge had het geld in eigen zak had gestoken. Ten Berge vluchtte naar Amsterdam en een arrestatiebevel werd uitgeschreven. Wie hem zou pakken zou 2000 ducatons krijgen. Volgens zijn signalement was het een dik, kort mannetje met kastanjebruin, sluik haar, ookal droeg hij ook wel eens een pruik. Ten Berge was inmiddels echter al verdwenen naar Parijs.

In de zomer keerde hij terug naar Groningen, nadat zijn moeder Houcke en schoonzoon Lodewijk Wijchgel zich voor hem borg hadden gesteld en hem een vrije overkomst was gewaarborgd. Daar startte men een onderzoek, maar Ten Berge ontkende alles. Toen bleek dat er niets meer te redden viel, sloeg hij wederom op de vlucht. Een paar brieven en achthonderd gulden liet hij achter en het onderzoek werd zonder hem voortgezet. In 1687 werd het vonnis gewezen, hij werd veroordeeld tot betaling van 120.000 gulden aan de provincie en ter dood veroordeeld. Ten Berge zat echter in het veilige Parijs. Zijn bezittingen werden verkocht en in 1699 stierf hij.

Van Vredenberg naar Vredenburg

Het was inmiddels twintig jaar later, 1688, en de familie Gerlacius kocht de borg. De familie gebruikte de borg voornamelijk als buitenhuis en zoon Govert verkocht deze in 1725 weer door aan de familie Trip. Jan Lucas Trip erfde in 1748 de borg van zijn vader Adriaan Joseph Trip, Jan Lucas veranderde de naam van de borg in ‘Vreedenburg'. Ruim zestig jaar lang was de borg in eigendom van de familie Trip.


 Portret van Adriaan Joseph Trip.  Foto van een schilderij waarop Jan Lucas Trip, Louis Trip en Vincent Bernard Trip zijn afgebeeld, zoons van Adriaan Joseph Trip.  Op de eerste afbeelding een portret van Adriaan Joseph Trip. De tweede afbeelding is een foto van een schilderij waarop Jan Lucas Trip, Louis Trip en Vincent Bernard Trip zijn afgebeeld, zoons van Adriaan Joseph Trip. 

De laatste borgheren

In 1788 werd de borg verkocht aan A.H. van Swinderen, burgemeester van Groningen. De laatste borgheer was vanaf 1797 de bekende patriot Eisso Metelerkamp. In 1805 liet hij de borg afbreken. Het landgoed werd verkaveld en kwam in handen van dr. Bleeker (die de oostkant kocht) en Wiardus Hora Siccama (die de westkant in handen kreeg). Laatstgenoemde bouwde op zijn deel het huis Zomerzorg.

Dertien jaar later, in 1818, verrees op de locatie van het voormalige Vredenburg een nieuw pand, een boerenbehuizing. Deze werd gebouwd door R. Hovingh Smit, rentmeester van de laatste borgvrouw van Vredenburg, Geerhardina Groeneveld. Ook deze boerenbehuizing is verdwenen. In 1910 brandt de boerderij door hooibroei tot de grond toe af. Het huidige pand werd gebouwd na deze allesverwoestende brand. In 1925 werd de bouw door dhr. v. d. Wal uit Buitenpost aangekondigd.


 Dr. Eisso Metelerkamp (1756-1813), vurig patriot en laatste bewoner van de in 1805 afgebroken borg Vredenburg. Gehuwd met Geerhardina Metelerkamp-Groeneveld.  Reint Hovingh Smit (Kropswolde 18 november 1792 - Hoogezand 12 oktober 1869), zoon van landbouwer Pieter Smit en Jantje Hovingh. Rentmeester voor de weduwe Geerhardina Metelerkamp-Groeneveld. Hij werd in 1819 bezitter van het voormalig Vredenburg borgterrein waarop hij kort daarvoor een boerenbehuizing had gebouwd. Op de eerste foto: Dr. Eisso Metelerkamp (1756-1813), vurig patriot en laatste bewoner van de in 1805 afgebroken borg Vredenburg. Gehuwd met Geerhardina Metelerkamp-Groeneveld.
Op de tweede foto: Reint Hovingh Smit (Kropswolde 18 november 1792 - Hoogezand 12 oktober 1869), zoon van landbouwer Pieter Smit en Jantje Hovingh. Rentmeester voor de weduwe Geerhardina Metelerkamp-Groeneveld. Hij werd in 1819 bezitter van het voormalig Vredenburg borgterrein waarop hij kort daarvoor een boerenbehuizing had gebouwd.

Herinneringen aan de borgheren

De borg staat er misschien niet meer, maar zowel Anton Gerlacius als Adriaan Joseph Trip lieten een herinnering achter in de Damkerk. Zo schonk borgheer Trip samen met de heren Buttler en Duursema in 1729 een preekstoel aan de Damkerk. In deze zelfde kerk vinden we ook nog een herenbank waarop de familiewapens van borgheer Gerlacius en zijn vrouw zijn afgebeeld.


 De door ds F. Buning ingezegende preekstoel in de Nederlands Hervormde kerk (Damkerk) geschonken in 1726 door Adriaan Joseph Trip van borg Vredenburg, William Buttler van borg 'Overwater' en Jan Duursema van borg 'Stadswijk'. Het randschrift luidt: "Gods zegen kroon het werk uit Ps. XCIII.V".   Het familiegestoelte van de familie Trip in de Nederlands Hervormde kerk (Damkerk). Dit gestoelte werd voor rekening van burgemeester Gerhard ten Berge gebouwd en het werd steeds met de eigendom van de borg Vredenburg overgedragen. De wapens op de wapenborden midden in de kroonlijst zijn tijdens de Franse Revolutie verwijderd. Op de eerste afbeelding de door ds F. Buning ingezegende preekstoel in de Nederlands Hervormde kerk (Damkerk) geschonken in 1726 door Adriaan Joseph Trip van borg Vredenburg, William Buttler van borg 'Overwater' en Jan Duursema van borg 'Stadswijk'. Het randschrift luidt: "Gods zegen kroon het werk uit Ps. XCIII.V".
Op de tweede foto het familiegestoelte van de familie Trip in de Nederlands Hervormde kerk (Damkerk). Dit gestoelte werd voor rekening van burgemeester Gerhard ten Berge gebouwd en het werd steeds met de eigendom van de borg Vredenburg overgedragen. De wapens op de wapenborden midden in de kroonlijst zijn tijdens de Franse Revolutie verwijderd.

De borgheren en -vrouwen op een rijtje
  • 1664 – Gerhard ten Berge en Houcke van Freden
  • 1668 – Gerhard Hindrick ten Berge
  • 1688 – Antonius Gerlacius
  • 1718 – Govert Gerlacius
  • 1725 – Adriaan Joseph Trip
  • 1748 – Jan Lucas Trip en Petronella Piccardt
  • 1788 – Albert Hendrik van Swinderen
  • 1797 – Eisso Metelerkamp en Geerhardina Groeneveld

 

Publicatiedatum: 31 augustus 2020
Auteur: Rachel Hiemstra

Bronnen: