Het drama van Hellum

23 december 1962: Twee vriendjes, de bijna twaalfjarige Lammert Meijer en de iets oudere Geert Kleefman,  schaatsen ’s middags over het Hellumsterkanaaltje. Het smalle vaartje loopt van het dorpje Hellum naar het Schildmeer. Het is druk op het ijs en om kwart voor vier worden de jongens nog gezien door Johannes Haan en Tjaaktje Meijer, de zus van Lammert. De jongens hebben het plan om over het Schildmeer naar Steendam te schaatsen. Johannes en Tjaaktje raden hen dit af, omdat ze dan nooit voor het donker terug zullen zijn. Het Schildmeer heeft daarnaast veel zwakke plekken en zeker in het donker is het gevaarlijk schaatsen. Omdat de bodem van het Schildmeer uit hoogveen bestaat komen er gassen vrij, die het ijs bros maken, aldus Harm van Delden, inwoner van Hellum. Ook de regelmatige scheepvaart op het meer zorgt voor wakken. Maar eigenwijs als de jongens zijn schaatsen ze toch verder het meer op, niet wetende wat zal volgen.

Als de jongens rond etenstijd nog niet terug zijn, worden hun ouders ongerust. Jan Meijer (Lammerts vader) en Johannes Haan (Jans aanstaande schoonzoon) gaan op zoek. Harm van Delden (een goede bekende van Johannes) en Eisso Kleefman (broek van Geert) rijden op de fiets mee. Bij het meer aangekomen binden Jan en Johannes hun schaatsen onder en schaatsen bij het licht van een zaklantaarn het meer op. Harm en Eisso blijven aan de kant staan en al roepend houden ze contact. Wanneer Harm en Eisso na een paar minuten geschreeuw horen en de lamp niet meer zien bewegen weten ze dat het foute boel is. Harm kent het meer niet en besluit hulp te gaan halen bij Eltje Remminga, woonachtig bij het sluisje van het Hellumsterkanaaltje. Ook met een ladder komen Harm en Remminga niet bij Jan en Johannes die door het ijs zijn gezakt, het ijs is te dun en ook zij zakken bijna door het ijs. Eisso is inmiddels teruggefietst naar Hellum, waar zijn ouders in het plaatselijke café runnen.

Uiteindelijk fietst Harm terug naar het dorp om alarm te slaan. Tegen tien uur ’s avonds gaat hij samen met de politie en de vrijwillige brandweer terug naar het meer. Na een lange zoektocht worden op maandagmorgen Jan en Johannes gevonden. Jans horloge was op 6:50 stil blijven staan…

Ook wordt de zoektocht naar de twee jongens ingezet. Vele vrijwilligers zoeken mee en systematisch worden alle sloten en kanalen afgezocht. Zelfs een vliegtuig van de vliegbasis in Leeuwarden wordt ingezet om te zoeken naar wakken. Uiteindelijk wordt op aanwijzing van twee jongens uit Hellum, die zondagmiddag nog open water hadden gezien op het meer, een muts en handschoen van Lammert gevonden. Op 24 december, rond zes uur in de avond wordt het lichaam van Geert gevonden op zo’n zestig meter vanaf de zuidelijke oever van het meer. Het lichaam van Lammert wordt een dag later, aan het einde van de ochtend, opgedregd.

Er volgen dagen van rouw en het dorp vertoont een grote saamhorigheid. Kerstmis en oud en nieuw worden sober gevierd. Iedereen leeft mee met en helpt waar mogelijk met de begrafenis. Op de dag voor de begrafenis worden Lammert, Geert, Jan en Johannes opgebaard in de lagere school van het dorp. Ze liggen er vredig bij. Na een korte tocht nam men plaats rond de graven. De stilte was indrukwekkend. Het landschap was nog altijd wit besneeuwd en de mist temperde alle geluiden. Door middel van luidsprekers in café Hansen, de wachtkamer van tandarts Barels en de leerkamer van de pastorie van de Hervormde kerk, kon de dienst op verschillende plekken in het dorp gevolgd worden. Zo werd door het hele dorp de laatste eer aan de slachtoffers bewezen.

Gebaseerd op de tekst van Hans van Dijk, onder regie van Godfried van Run

Andere tijden heeft een aflevering gemaakt over de barre winter van 1963. In deze aflevering wordt ook aandacht besteed aan het verhaal van de jongens. Het verhaal begint na ongeveer 13 minuten op de website van Andere Tijden.