Gas in Groningen!

Op 29 mei 1959 ontdekt de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) in Kolham (gemeente Slochteren) het eerste Groningse gas. Op dat moment heeft men nog geen idee van de omvang van het gasveld. Toen men in 1960 ook in de buurt van Delfzijl boorde, en hier in dezelfde zandsteenlaag ook gas ontdekte met gelijke samenstelling en druk als in Kolham, kon men concluderen dat het om een groot gasveld ging.

Zomer 1959: Het is vroeg in de morgen en bietenboer Kornelis P. Boon uit Kolham is niet gelukkig, hij moet het allemaal maar aanzien. De NAM wil op zijn land een gat boren, iets waar hij totaal niet op zit te wachten. Hij heeft net een nieuwe voorraadschuur en is bang dat de beweging in de bodem zal zorgen voor verzakking van het gebouw en voor beschadiging van zijn akkers. Hij weet echter dat de NAM niet tegen te houden is en moet lijdzaam toezien hoe op zijn erf in korte tijd een boortoren verrijst.

Voor de boorploeg is het een dag zoals alle anderen. Er worden elke dag proefboringen gedaan en de ploeg heeft geen speciale verwachtingen van deze boring. Deze dag zal echter een dag zijn die de Nederlandse geschiedenis zal veranderen. 

Op 22 juli 1959 om 06:33, als de boor een diepte van 2659 meter bereikt, komt er plotseling gas naar boven. Het gas dat via de brandvlam ontsnapt, zorgt voor een vuurgloed die tot in de stad Groningen zichtbaar is. Je zou verwachten dat men dolblij is, maar de boorploeg reageert nuchter. Het is niet de eerste keer dat men in Nederland gas vindt en eigenlijk hadden ze liever olie gevonden. De druk is niet enorm hoog, waardoor men geen groot gasveld verwacht. Het tegendeel is waar, de gasbel blijkt de grootste in Europa te zijn.

Boer Boon is een tijd geleden gestorven. De vergoeding die hij uiteindelijk kreeg voor de boringen besloegen 2,5 maal zijn netto-inkomen en deden zijn bezwaren uiteindelijk wel verdwijnen. Rijk werd hij niet door de gasvondst op zijn erf. De opbrengst van bodemschatten is volgens de Mijnwet voor de staat, dus hij hield er verder niets aan over.

Het Groningse gas leidde tot het besluit om heel Nederland aan te sluiten op aardgas. In 1963 word de Nederlandse Gasunie opgericht die als taak krijgt een pijpleidingnet aan te leggen dat de plaatselijke gasbedrijven van aardgas gaat voorzien. Deze bedrijven gaan zich richten op de distributie. Omdat het aardgas een afwijkende calorische waarde en een hogere druk heeft, moeten oude apparaten zoals geisers en gasfornuizen worden aangepast dan wel vervangen.
Binnen tien jaar beschikt driekwart van de Nederlandse huishoudens over aardgas. De behoefte aan olie en kolen als brandstoffen namen sterk af en in de loop van de jaren zestig ging je de overgang ook zien in de architectuur. Woningen werden gebouwd zonder schoorsteen en schoorsteenmantel en de eerste bescheiden douchecellen werden gebouwd.

gaslocatie     locatiesappemeer
Afbeelding 1: Aardgaslokatie Nederlandse Aardolie Maatschappij te Slochteren
Afbeelding 2: Jaren 70/80: Heren die de eerste paal slaan op de NAM locatie Sappemeer.

Het ‘onzichtbare goud’ heeft ons in de afgelopen decennia veel geld en daarmee welvaart opgeleverd. Dit geld heeft ons complete zorgstelsel en vele grote projecten, zoals de Deltawerken, gefinancierd. De gasboringen hebben echter ook een keerzijde. In het verleden werd het idee dat aardschokken iets te maken hadden met de activiteiten van de NAM vooruit uitgeschoven, maar op dit moment kan men er echt niet meer omheen. De aardbevingen zijn over de jaren langzaam aan in sterkte toegenomen en sinds 2012 zijn er bevingen gemeten met een kracht van 3.0 op de schaal van Richter. Veel woningen en gebouwen hebben (onherstelbare) schade opgelopen en op veel plaatsen in sprake van bodemdaling. De NAM compenseert dergelijke schade, maar niet altijd tot blijdschap van de bevolking.