Smokkelaars in het donker

22 februari 1841, de avond valt. Vier personen bereiden zich voor op een ‘avondwandeling'. Als de zon onder is trekken ze van het Achterdiep door het veld naar Stootshorn. In de stilte van de avond trekken ze langs de boerderij van Middel bij de weg langs het Noordbroeksterdiep. Ze wachten gespannen. Maar het blijft stil vanuit het zuiden. Wanneer het wachten hen te lang duurt, besluiten ze zelf op weg naar Sappemeer te gaan. Ze lopen voorbij de Nieuwetil, maar nog voordat ze bij de Rolpaal aankomen wordt de stilte plotseling onderbroken. Voetstappen, en ze komen dichterbij. Een dozijn of meer achter elkaar lopende mensen. De eerste drie dragen een stok bij zich en de daaropvolgende personen dragen pakken bij zich, die zichtbaar zwaar zijn. “Wat vervoeren jullie en hebben jullie daar vervoersdocumenten voor?” vragen de vier personen, die verklaren commiezen van de belasting te zijn. Van schrik werpen twee personen direct hun pak neer en ze deinzen terug. De pakken bevatten varkensblazen vol aardappelbrandewijn en na van de eerste schrik bekomen te zijn, laten de dranksmokkelaars het er niet bij zitten. Ze willen hun brandewijn terug! Ze hergroeperen zich en omsingelen de commiezen. De smokkelaars pakken hun stokken en de commiezen heffen hun sabels. Met de stokken weten ze de commiezen flink te pakken te nemen, maar de commiezen verdedigen zich met hun sabels. De commies eerste klas pakt zijn pistool, maar krijgt een harde klap op zijn hand, waardoor hij niets meer kan doen. Ondertussen zijn de smokkelaars hen te vlug af en is de brandewijn alweer verdwenen. De smokkelaars drijven af en de commiezen blijven achter met niets meer dan een proces verbaal tegen het molesteren van een ambtenaar in functie.

Commiezen

Een commies is een voormalige ambtelijke rang in Nederland. Een commies was een administratief ambtenaar, lager in rang dan een klerk, maar hoger dan een referendaris. De functie werd met name geassocieerd met ambtenaren bij de belasting of douane.
In 1814 richtte men het Korps Grensjagers op. Zij maakten gebruik van zogenaamde commiezenpaden om de toenemende smokkelarij langs de grenzen tegen te gaan. Hoewel in 1819 voor commiezen een blauwgrijs uniform werd ingevoerd met een driekante hoed, geweer en sabel, droegen Nederlandse commiezen vaak gewoon burgerkleding. Het uniform moesten ze namelijk uit eigen zak betalen. Langzaamaan stierf het beroep uit. Al tijdens d Eerste Wereldoorlog werd het aantal commiezen te gering, waardoor de overheid soldaten in moest zetten, die uiteindelijk werden vervangen door douanebeambten. Het inspecteursambt verviel in 1950, toen men stopte met het heffen van waarborg belasting. In 1981 verdween de rang commies in Nederland voorgoed.

 

Dit verhaal komt uit het boek 'Noord- en Zuidbroek in vroegere jaren'. Het boek bevat een mooie collectie aan verhalen.