Aan tafel met het leesgenootschap van Sappemeer
Een boek lezen of lenen in de bibliotheek vinden we nu heel gewoon. Maar openbare bibliotheken ontstaan in Nederland pas rond het jaar 1900. Daarvoor waren er wel leesgenootschappen (ook wel leesgezelschappen genoemd).
In het Historisch Archief van Midden-Groningen vinden we drie documenten over het leesgenootschap van Sappemeer:
- Het reglement (2 keer) over de oprichting van een leesgenootschap. In dit reglement vind je de gemaakte afspraken bij de oprichting van het leesgezelschap en de deelnemers.
- Een boekenlijst met daarop de verkochte boeken van het jaar 1792.
- Een briefwisseling tussen een wanbetaler en de directeur van het leesgenootschap.
In dit artikel maak je kennis met het leesgezelschap van Sappemeer. Van de leden tot de boeken en de regels.
Wat is een leesgenootschap?
In de tweede helft van de 18e eeuw zijn er in Nederland meer dan driehonderd leesgenootschappen. Het leesgenootschap van toen deed eigenlijk niet veel anders dan de bibliotheek van nu. Ze schaffen boeken en tijdschriften aan, die de leden kunnen lenen. Maar het aantal leden is een stuk kleiner: er zijn maar enkele tientallen leden. De leden komen uit de hogere kringen.
Het leesgenootschap van Sappemeer
In 1782 richt men in Sappemeer een leesgenootschap op. Directeur is Cornelis Star Lichtenvoort, die op borg Welgelegen woont. Hij bepaalt welke boeken het gezelschap koopt en hoe lang de leenduur voor ieder boek is. De leden kunnen ook zelf boeken voorstellen. Een boek mag alleen niet te duur zijn. Bovendien moet de voorsteller beloven een derde van de prijs te betalen als dat nodig is.
Vergaderen en verteren
Op de eerste woensdag van de maand vergaderen de leden van 17:00 tot 20:00. De vergaderingen vinden meestal plaats ‘ten huize van A. Hes’. Aaldrik Andries Hes (±1718 - 1793) is herbergier en koopman in Sappemeer. Zijn naam komt een aantal keer voor in krantenadvertenties aan het einde van de 18e eeuw. Hierin lezen we over de verkoop van grond of een huis. De verkoop vindt plaats bij Aaldrik thuis. In juli 1792 gaat de herberg zelf te koop. In een advertentie in de Groninger Courant lezen we:
Uit de Hand te Koop, een nieuws getimmerde HERBERG, staande in Sapmeer, de Koppel Paarden genaamd, zynde voorzien van 3 Kamers en een Opkamer, groote Kelder, met een beste Put en een groote Regenwatersbak, groote Tuin met verscheiden Vrugtbomen, waarin een nieuw gegravene Vischvyver, zynde de Tuin thans vol Vrugten, een extra groote Stal voor 50 à 60 Paarden, met een schoone In- en Uitrid, alsmede een groote Kampe Land; zynde hetzelve van oudsher door de E. Aaldrik Andries Hes bewoond, hebbende genoemde Logement thans eene extra goede Neering. Om het zelve voort of tegen Allerheiligen 1792 te aanvaarden. Nader onderrigt by de E. Albartus Carels, Chercher te Sapmeer.
Hierdoor krijg je een goed beeld van de vergaderlocatie van het leesgezelschap. Een echte afbeelding van hoe de herberg eruit zag hebben wij helaas niet, maar we hebben AI eens gevraagd hoe het er kan hebben uitgezien. Misschien wel zo ongeveer:

AI gegenereerde afbeelding
De leden lenen en lezen boeken, maar ze zullen ook uitgebreid met elkaar gediscussieerd hebben. Het is namelijk de tijd van de prinsgezinden en de patriotten. De prinsgezinden zijn aanhangers van Willem V. De patriotten wilden juist meer inspraak van het volk en de macht van Willem V kleiner maken. Dit zal vast onderwerp van discussie zijn geweest.
Tijdens de vergaderingen drinken en eten de leden natuurlijk ook. De directeur schiet de kosten voor en rekent af met het genootschap. “Doch hetgeen wat na acht uur word verteert zullen de zoolang geblevene leeden uit hun eigen beurs betaalen.” Na 8 uur moeten de lezen dus zelf hun drankje betalen!
Boetes
Het reglement zegt niets over lidmaatschapskosten, maar wel over boetes. Elk lid betaalt een stuiver voor iedere dag dat hij een boek te laat inlevert. Zon- en feestdagen tellen niet mee. De maximale boete is twaalf stuivers. Ook voor een vlek of scheur in een boek krijg je een boete van een stuiver. Als een lid een gast meeneemt naar een vergadering kost dat elf stuivers. De waarde van een stuiver is omstreeks 1775 vergelijkbaar met ongeveer 60 eurocent (2025).
De boetes moeten de leden betalen op de jaarlijkse vergadering “op den Paasch dinsdag”. Dan verkoopt het gezelschap ook de boeken van vorig jaar aan wie het meest biedt. Een secretaris (meester Klaas Evers) regelt deze administratieve zaken.

Stuivers uit de 18e eeuw die in Groningen en het Ommeland werden gebruikt.
Een wanbetaler
In het archief van Midden-Groningen zit ook een briefwisseling uit 1784. Deze is tussen directeur Cornelis Star Lichtenvoort en mr. De Sandra Veldtman. Laatstgenoemde is de heer van Slochteren en bewoner van de Fraeylemaborg.
De Sandra Veldtman loopt achter met zijn betalingen over 1782 en 1783. De directeur vraagt hem te betalen vóór de volgende vergadering. De heer van Slochteren antwoordt dat hij niets weet van de regels en boetes. Het lukt hem ook niet om bij alle vergaderingen te zijn. Hij woont namelijk niet in Sappemeer en heeft nog meer te doen. Ook heeft hij niet genoeg tijd om de boeken te lezen. Hij wil daarom zijn lidmaatschap opzeggen.
Hij schrijft dat hij niet van plan is zich “in de menigte van boeken te begraven” en zich aan “onbekende wetten te onderwerpen”. Een bijzondere omschrijving!
Wat leest het leesgenootschap?
Van de verkochte boeken uit 1793 is de lijst bewaard gebleven. Hierop staan zo’n 60 boeken en tijdschriftenbundels. De lijst noemt naast de naam van het boek ook de koper en de prijs van het boek. Op deze lijst vind je titels als:
Vaderlandsche Historie van Jan Wagenaar
Dit is een 24-delig werk over de geschiedenis van de Verenigde Nederlanden, beginnend bij de Batavieren.

Titelpagina van het zesde deel van Vaderlandsche Historie.
Het graf van Rhijnvis Feith
Een dichtbundel
Reinhart, of natuur en godsdienst, van Elisabeth Maria Post
Dit is een roman over de slavernij in de Nederlandse kolonies[RH3] . Er staan kritische zinnen in over de behandeling van de tot slaaf gemaakten.
Vraag-al
De Vraag-al begint iedere week met een ingezonden brief met een vraag. Maar meestal zijn het verzonnen brieven. De ’briefschrijvers’ hebben namen als Joris Weetgraag, S. Wereldburger, Hellebrand IJveraar, Justus Leergraag en Robrecht Stekelbaars.
De vragen gaan over van alles: emigranten, de slechte staat van de scholen, nieuws en nep-nieuws, revolutie. De rest van het blad is gevuld met een uitgebreid antwoord. In de zeven jaren dat het blad uitkwam, eind 18e eeuw, is het twee keer verboden geweest. Het was in veel steden te koop, o.a. in Groningen bij boekverkoper Groenenberg.
De Godsdienstvriend
Dit is een tijdschrift dat theologische onderwerpen behandelt.
Kabinet van Mode en Smaak
Dit is het tweede modetijdschrift van Nederland. Het verschijnt elke maand van 1791 tot 1794. Het is geen luchtig modetijdschrift zoals tegenwoordig, zoals de Marie Claire of de Cosmopolitan. De makers presenteren het als ‘een nodige bijdrage tot de geschiedenis van het mensdom’. Nu zijn de meeste modetijdschriften geschreven voor vrouwen. Het Kabinet van Mode en Smaak geeft ook aandacht aan herenkleding en is dus niet alleen voor vrouwelijke lezers.
De inhoud gaat verder dan alleen de nieuwste mode. Er staan ook artikelen in over welke kleding mensen in Nederland vroeger droegen. Daarnaast vindt je in het blad:
- Reisverhalen
- Artikelen over gewoonten en gebruiken in andere landen
- Populairwetenschappelijke stukjes
- Verhalen
- Gedichten
- Toneelstukken
- Borduurpatronen
- Muziekbladen
Het onderdeel ‘toneelnieuws’ noemt de toneelstukken in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Een soort 18e-eeuwse bioscoopagenda dus.
Bij de meeste artikelen staan plaatjes, zwart-wit of ingekleurd. Men drukt het blad op verschillende soorten papier. Het goedkoopst is de uitgave op ‘Postpapier’, 12 stuivers voor iedere aflevering. Op ‘papier Velin’ is het drie keer zo duur! Daarvan drukt men maar een kleine hoeveelheid exemplaren. Misschien heeft het leesgenootschap in Sappemeer wel zo’n duur abonnement? De boeken en bundels tijdschriften verkoopt het genootschap onder de leden in het volgende jaar. ‘Kabinet van Mode en Smaak’ is veruit het duurste in de lijst van 1793!

Plaat uit het Kabinet van Mode en Smaak
Wie zijn er lid van het leesgenootschap?
In het archief vinden wij tweemaal een ‘akte tot oprichting en reglement’ van het leesgezelschap. De versie van 1782 is ondertekend door 18 heren. Onder een tweede akte uit 1785 staan een paar dezelfde, maar ook 17 nieuwe namen.
De leden komen allemaal uit de gegoede kring. Onder hen zijn bijvoorbeeld advocaten, predikanten, een pastoor, een landbouwer en twee artsen. Maar ook een apotheker, een koopman, een houthandelaar, een scheepsbouwer, een richter (notaris), een ontvanger-generaal en een militair.
De leden komen onder andere uit Sappemeer, Zuidbroek en Hoogezand. Veel van hen wonen in één van de borgen. Sommigen bezitten ook een huis in Groningen. Van de één is veel bekend, van de ander maar heel weinig.

De akte van 1782
De leden van het leesgenootschap
Er zijn bij het archief twee lijsten met namen van leden bekend. De eerste is de akte van oprichting uit 1782. 18 personen zetten hun naam op deze lijst. Abraham Berends Hulshoff tekent pas in 1784. De tweede lijst is uit 1785. Hierop staan 22 namen.
De deelnemers op de lijst van 1782
Cornelis Star Lichtenvoort (1743 - 1833)
Cornelis wordt geboren in Leeuwarden, waar zijn Groningse vader tijdelijk als militair is gelegerd. Hij is vijf jaar op Curaçao geweest en trouwt daar in 1764 met Maria Kock. Als ze terugkeren naar Nederland nemen ze drie vrijgemaakte slaven mee: Louis Alons, zus Anna en moeder Sambo. Ze gaan wonen op de borg Welgelegen in Sappemeer. Deze borg is dan nog in bezit van Cornelis’ vader. In 1771 wordt Cornelis zelf eigenaar.
Cornelis is advocaat, maar werkt ook als curator bij de universiteit van Groningen. In Sappemeer is hij bovendien betrokken bij de handel en landbouw. Ook is hij eigenaar van een scheepswerf en kerkvoogd van de kerkelijke gemeente in Sappemeer. De familie had daarin zelfs een eigen kerkbank. In de kerk is zijn grafzerk nog steeds te vinden. Cornelis schopt het uiteindelijk zelfs tot ‘vrederechter’.

Zegel van het wapen van de familie Star-Lichtenvoort. Tekst: Het wapen van Lichtenvoort drie kandelaren van Lichtenvoort en van Star = een wilde man met een knots over de schouder en in de eene hand een bord met een ster.
Scato Hindrik Burs Trip (1749 - 1800)
Scato Hindrik is ook de zoon van een militair en is geboren in Breda. Hij volgt in zijn vaders voetsporen en wordt ook militair. Hij trouwt in 1772 in Groningen met Anna Sophia Gockinga uit Zuidbroek. Zij kopen in 1787 de buitenplaats Gerlacius in Hoogezand. Deze wordt alleen datzelfde jaar geplunderd door de prinsgezinden. Zij vluchten in het donker naar de boerderij van Kars Hidding. Daarna reizen ze verstopt onder het stro in een boerenwagen naar de stad Groningen. Scato Hindrik is familie van Adriaan Joseph Trip, ook lid van het leesgenootschap. Hun betovergrootvader was Adriaan Trip, die in 1640 het Tripscompagniesterdiep liet graven.

Deze zonnewijzer stond vroeger bij de buitenplaats Gerlacius. Nu vind je deze terug in het Oosterpark in Hoogezand
Jacob Appius (1730 - 1789)
Jacob wordt geboren in Groningen, waar hij rechten studeert. In 1762 vertrekt hij naar Suriname om te werken in het bestuur van de kolonie. Hier richt hij een Vrijmetselaarsloge op. De vrijmetselarij is een internationaal genootschap. Hun doel is het bereiken van een hoger spiritueel en ethisch niveau. Dat doen ze door overleg en geheime rituelen. Vrijmetselaars zijn vrijzinnig van aard: iedereen mag zelf op zoek naar zijn eigen waarheid.
In 1771 keert Jacob op een slavenschip terug naar Groningen. Hij reist niet alleen, maar samen met zijn Surinaamse bediende Jan Christiaan. In 1775 koopt hij de veenborg Stadwijck in Sappemeer. Daar gaat ook zijn bediende Jan Christiaan aan het werk. Ze moeten een goede band hebben gehad, want Jacob noemt hem duidelijk in zijn testament.
In Groningen vervolgt Jacob zijn activiteiten als vrijmetselaar. Hij is hier een paar jaar voorzitter van de lokale vrijmetselaarsloge: L'Union Provinciale.

Stadwijck op de kaart (rechts naast het woord Sapmeer)
Theodorus Uilkens (1752 -1819)
Ook Theodorus komt uit Groningen. Tijdens zijn lidmaatschap van het leesgenootschap is hij apotheker in Sappemeer. Hij trouwt in 1778 met Hemmina Vechnerus. Van 1779 tot 1787 heeft hij “een wel voorziene apotheek … naast de Kerk Laan”. In 1787 heeft hij korte tijd een apotheek in Leek. Het jaar daarna neemt hij de apotheek van zijn ouders in de Oude Ebbingestraat in Groningen over.
Johan Caspar Winshemius (1743 – 1825)
Johan wordt geboren in Groningen. Hij trouwt drie keer. Zijn eerste huwelijk duurt maar kort. Jonkvrouw Wichers overlijdt samen met haar kindje tijdens de geboorte. In 1780 hertrouwt hij in Sappemeer met Regniera Adriana van Cloeck. Ook dit huwelijk duurt niet lang. In 1790 trouwt hij voor de laatste keer. Nu met Saakje Berghuis. Uit dit huwelijk worden vier kinderen geboren.
Johan en Saakje wonen in de hofstede van Winshemius aan het Kleinemeersterdiep. Ze zijn de buren van Cornelis Star Lichtenvoort. Hun huis is wel een stuk kleiner dan dat van Lichtenvoort. Winshemius zit in het eerste gemeentebestuur van Sappemeer, net als twee andere leden van het leesgenootschap. Hij overlijdt in 1825 in Roderwolde.

Het wapen van de familie Winshemius
Abraham Berends Hulshoff (1737 - 1813)
Abraham Berends Hulshoff komt uit een rijke Groningse familie van kooplieden. Hij is eigenaar van de kruidenierszaak ‘De drie blauwe potten’ aan het A-kerkhof. In 1783 koopt hij de buitenplaats Postrust (ook bekend als Zandhoven) in Hoogezand. Hij woont daar met zijn vrouw Margretha de Boer. Na haar overlijden trouwt hij met Catharina Meermans. Zij krijgen één zoon: Beerend Hulshoff. In 1798 stelt men Hulshoff aan als lid van het plaatselijk bestuur van Hoogezand.

Silhouet van Abraham Berends Hulshoff
De volgende ondertekenaars uit 1782 komen niet meer voor op de akte van 1785:
Gerhard Hendrik Froon (1746 - 1806)
Gerhard Hendrik is geboren in Groningen. Hij is richter (een soort notaris) in Scharmer. Zijn naam komt voor op diverse koopakten uit die tijd. Hij trouwt in 1785 in Sappemeer met Jacoba Henriëtte van Heinen. Samen krijgen zij in ieder geval zes kinderen. De eerste twee zijn gedoopt door predikant Fink, die ook lid van het genootschap is.
Arnoldus J. Paping (1733 – 1790)
Vanaf 1762 is Arnoldus pastoor in Sappemeer. De kerk waar hij predikt staat aan het Kleinemeersterdiep van toen (nu Kleinemeersterstraat) ter hoogte van nummer 100). Tijdens zijn pastoraat zet men hier een nieuw kerkgebouw (1764) neer, omdat er meer ruimte nodig is. De Rooms-Katholieke schuilkerk staat ook wel bekend als ’t Börgie.
Een paar keer krijgt pastoor Arnoldus dreigementen van plundering van de kerk en pastorie. Maar steeds weet hij dit af te kopen.
Paping wordt begraven bij de kerk. Als de kerk wordt afgebroken, begraaft men hem opnieuw. Zijn laatste rustplaats is nu bij de Sint Willibrorduskerk. Papings opvolger, Ignatius Titzink, is ook lid van het leesgenootschap.

Het graf van Arnoldus J. Paping bij de Sint Willibrorduskerk
Warner Martens Jonker (1723 - 1783)
De achtste naam onder de akte is Warner Martens. Dit is waarschijnlijk de scheepsbouwer Warner Martens Jonker uit Sappemeer. Hij is eigenaar van een scheepswerf naast de werf van Cornelis Star Lichtenvoort. Nu ter hoogte van de ingang van het Compagniesterpark in Sappemeer. Hij trouwt in 1745 met Hindrikje Abels (Vegter).
Pieter Christoffer Hageman (1736 - 1783)
Pieter is geboren in Enkhuizen. Hij is evangelisch-luthers predikant. Hij werkt in Schiedam, Vlissingen, Amersfoort en vanaf 1773 in Beverwijk. Na zijn ontslag daar is hij nog waarnemend predikant eerst in Leiden en later in Sappemeer. Hier bestaat in die tijd nog een bloeiende lutherse gemeente. De gemeente heeft een eigen kerkgebouw met dan nog inpandige pastorie. Het geheel breekt men af in 1932.
Zijn vader, ook predikant, heeft een aantal theologische boeken geschreven. Pieter Christoffer zelf vertaalde (waarschijnlijk uit het Duits) het boek ‘Verhandeling over de zielenstaat na den dood’. De theologische boeken die het leesgenootschap koopt zal hij zeker interessant gevonden hebben.
Leendert Smith (1757 - 1811)
Leendert Smith is een zoon van Albert Berents Smith. Albert is van 1754 tot 1802 schoolmeester van de Westerschool in Sappemeer. In het huwelijkscontract van Leendert zelf, uit 1784 met bruid Marchien Coops Buiringa, staat bij zijn beroep ook schoolmeester.
Steven Berends van Delden (1738 - 1808)
Steven Berends is landbouwer aan het Voordiep in Sappemeer. Hij trouwt in 1762 met Sijtske Reinders. Zij overlijdt in 1771. Steven trouwt in 1773 opnieuw met Tjabbechien Ammes Hikkema. Samen worden zij in 1790 eigenaar van Stadwijck, dat daarvoor eigendom was van Jacob Appius.
Egbert Hindrik Maathuis (1756 - 1806)
Egbert Hindrik is houthandelaar in Sappemeer. Hij koopt in 1787 de borg Croonhoven. Of hij hier ook heeft gewoond is niet bekend. In 1794 trouwt hij met Pietertje Waalkens. Ze krijgen vijf kinderen.
Cornelis Themmen (1723 - 1795)
Cornelis is geboren in Groningen. Hij is predikant in Oosterwijtwerd. In 1750 trouwt hij daar met Jacomina Uden. Vier jaar later wordt hij predikant in de Koepelkerk in Sappemeer. Na zijn emeritaat in 1789 blijft hij hier wonen.

De Koepelkerk in 1994. De originele kerk had ene koperen koepeldak. Als dit dreigt in te storten wordt er een zadeldak in de vorm van een Grieks kruis op de kerk gezet. In 1986 is het dak hersteld.
Augustinus Tammes (1738 - 1818)
Augustinus Tammes ten Cate is landbouwer, koopman en ook “leraar der doopsgezinden”. In 1765 trouwt hij met Niesje ten Cate. Hij zit in het bestuur van Sappemeer dat in 1798 aantreedt. Ook is hij vanaf 1811 lid van de eerste gemeenteraad van Sappemeer.
Douwe Romkes (1734 - 1811)
Douwe is ook gemeenteraadslid in Sappemeer. Daarnaast is hij koopman. In 1760 trouwt hij met Aaltje Tammes. Beiden overlijden kort na elkaar in juli 1811. Er zijn geen kinderen bekend.
Jacob Jan Piccardt (1740 - 1809)
Jacob is geboren in Groningen. Hij is arts en trouwt in 1767 in Kolham met Henrijka Elisabeth Piccardt.
Bernardus van der Veen (1709 - 1788)
Bernardus is geboren in Groningen. Hij trouwt in 1735 met Johanna Helena Meijknecht. In 1741 koopt hij ‘de Vosholen’. Hij woont daar tot aan zijn dood. Met de leeftijd van 73 jaar is hij in 1782 de oudste van de leden van het leesgenootschap.

De voormalige tuinmanswoning die bij de veenborg de Vosholen hoorde.
Deelnemers op de lijst van 1785
In 1785 vinden we zes namen terug die ook op de lijst van 1782 staan. Daarnaast zijn er inmiddels 17 nieuwe leden:
Herman Carel Coenraad Dronrijp (1757- 1804)
Herman komt uit Wagenborgen. Hij is arts. In 1782 trouwt hij, in Zuidbroek, met Ettjen Radijs. Hij wordt in 1795 secretaris van het Comité Revolutionair van Hoogezand, Sappemeer en Kalkwijk.
Albert Johan de Sitter (1748 - 1814)
Albert wordt geboren in 1748 en studeert rechten in Groningen. Op jonge leeftijd (20 jaar) is hij al rentmeester van de stadsvenen. Als rentmeester beheert hij de bezittingen van de stad Groningen in de provincie. Albert is een vrijmetselaar. In 1780 wordt hij voorzitter van de loge van Groningen: L'Union Provinciale. In Groningen trouwt hij met Hebbelina de Drews. Ook is hij lid van het stadsbestuur van Groningen.
Later is Albert drost van het Oldambt. Hij woont dan in het drostenhuis in Zuidbroek. Zijn patriottische houding levert hem daar niet veel op. In 1787 krijgt hij hierdoor ontslag. Dat geeft hem wel tijd om historische werken te verzamelen en te schrijven. En misschien ook om veel te lezen.
Bij de Franse overheersing in 1795 komt Albert terug in het stadsbestuur. Bovendien is hij afgevaardigde bij de Staten-Generaal in Den Haag namens het gewest Stad en Lande. Door de politieke onrust raakt hij deze aanstelling ook weer kwijt. Hij zit zelfs enige tijd gevangen.
Na die tijd, in 1800, keert hij terug als drost in Oldambt. Hij koopt in 1805 het landgoed met de Drostenborg in Zuidbroek. De laatste paar jaar van zijn leven is hij vrederechter van het kanton Veendam.

Zegel van de vrijmetselaars
Johan Adriaan Meurs (1745 - 1795)
Johan Adriaan is geboren in Nederlands-Indië en komt als kind met zijn ouders naar Veendam. In 1773 trouwt hij in Groningen met Hillegonda Adriana Sibinga. Mogelijk wonen ze in het huis Buitenwoel in Veendam. Johan Adriaan is vanaf 1795 lid van de Representanten van het volk van Stad en Lande namens de stad Groningen.
Tjakko Aapkens (1753 - 1802)
Tjakko woont in Zuidbroek. Hij is wedman, een functie bij de rechtbank. Hij trouwt in 1778 met Aaltje Jurjens. Zij krijgen tot op hoge leeftijd kinderen, zeven in totaal. De jongste wordt geboren in 1799 en is drie jaar later al wees.
Albert Willem Hoeth (1758 - 1827)
Albert Willem is geboren in Westerbroek. Hij is eerst advocaat, later rechter en procureur-generaal bij het Hof van Justitie. Hij trouwt in 1781 in Winschoten met Elisabeth Sophia Wichers. Zij krijgen negen kinderen die allemaal gedoopt worden in Winschoten. Tenminste twee daarvan overlijden al zeer jong.
Nantko Amsingh (1723 - 1791)
Nantko is geboren in Noordbroek. In 1743 trouwt hij in Groningen met Eppijn Menssens. Mogelijk wonen zij op de veenborg Rustenbroek in Zuidbroek. Net als meer leden van het leesgenootschap heeft hij ook een woning in de stad. Deze woning staat in de Sint Jansstraat.

Rustenbroek aan de Kerkstraat 63 in Zuidbroek
Antonius Ruardus Fink (1757 - 1834)
Antonius Ruardus komt uit Leeuwarden. Hij is van 1786 tot 1793 luthers predikant in Sappemeer. Waar hij trouwt met Catharina Andriessen. Later vertrekt Antonius naar Kampen, waar hij trouwt met Liskjen Feenstra. In 1801 is hij lid van de Eerste Kamer voor het district Ferwerd. Dit lidmaatschap is alleen van korte duur. Het duurt maar drie maanden.
Meerten Sjoerts Mulder (1741 - 1812)
Meerten Sjoerts trouwt in 1764 op zijn 23ste in Zuidbroek met Sietje Jans. Samen krijgen zijn een zoon en een dochter. Na haar overlijden hertrouwt hij Elke Buning in 1781.Met haar krijgt hij nog één dochter. Meerten overlijdt in Sappemeer.
Adriaan Wildervanck (1739 -1824)
Adriaan woont in Zuidbroek. Hij is advocaat. In 1758 promoveert hij in Groningen tot meester in de rechten. Hij trouwt in 1761 met Anna Wichers. Bekend is dat zij samen in ieder geval vijf kinderen hebben. Dochter Wibbina is getrouwd met Hillenius Bruins, die ook lid van het genootschap is.
Hillenius Bruins (1758 – 1840)
Hillenius is geboren in Nieuweschans. Hij trouwt daar in 1783 met Wibbina Wildervanck. Samen krijgen ze maar liefst 11 kinderen, geboren tussen 1785 en 1806. Hun kinderen zijn gedoopt in Zuidbroek en Oude Pekela. Ook Hillenius is advocaat. Hij overlijdt in Vriezenveen.

Hillenius Bruins en zijn vrouw Wibbina Wildervanck
Tobias Jan van Iddekinge (1764 -1819)
Tobias Jan woont in Zuidbroek. Hij promoveert in de rechten en trouwt twee keer. Bijzonder is dat beide echtgenotes ook als meisjesnaam de naam Van Iddekinge hebben. Zijn eerste vrouw is Mellina Anna in 1800. Zijn tweede vrouw is Tobia Johanna in 1809. Tobias Jan is van 1815 tot aan zijn dood lid van de Provinciale Staten.
Joannes Franciscus Xaverius van Baerle (1764 - 1830)
Joannes Franciscus Xaverius is geboren in Utrecht. Hij trouwt in 1784 in Groningen met Thecla Joanna Draper. Bekend is dat zij in 1787 in ieder geval één kind krijgen: Gaspar. Joannes overlijdt in Kleve (Duitsland).
Henricus Arnoldus Jacobus Cappenberg (1754 - 1796)
Henricus Arnoldus Jacobus is advocaat. Hij trouwt 1783 in Veendam met Wobbina Themmen. In de trouwakte staat dat hij uit Lingen (Duitsland) komt en zijn vrouw uit Nieuw Scheemda. In 1789 is hij een van de getuigen bij het huwelijk van een dochter van Cornelis Star Lichtenvoort. Hij is een neef van de bruidegom.
Hermanus Olderop (±1735 – 1808)
Over ondertekenaar H. Olderop weten we weinig. In het archief van Midden-Groningen zit een brief van hem aan Cornelis Star Lichtenvoort. Hermanus spreekt Cornelis aan met “neef”. De briefwisseling gaat over een erfenis op Curaçao. In de Groninger Courant van 4 november 1808 staat een familiebericht over het overlijden. We lezen hier dat is overleden: “onze geliefde oom den heer Hermanus Olderop … in het 73ste jaar zijns ouderdoms”.
Adriaan Joseph Trip (1755 - 1833)
Adriaan Joseph wordt in 1755 geboren in Groningen, studeert daar rechten en promoveert. Hij trouwt in 1776 in Hoogezand met Theodorica Hinriëtta van Rehden, een baronesse uit Leer. Het huwelijk is maar kort, want vier jaar later overlijdt zij al.
Adriaan woont eerst op de borg Vredenburg. Vanaf 1789 is hij een aantal jaren eigenaar en gebruiker van de veenborg Overwater. Adriaan trouwt in 1797 in Groningen opnieuw, ditmaal met Sibilla Catharina Sichterman. Maar ook haar is geen lang leven gegund. Zij overlijdt in 1820 op een buitenverblijf in Paterswolde.
De familie Trip is een welgestelde familie. In de Damkerk in Hoogezand hebben zij een eigen ingang en een familiegestoelte. Dat er genoeg geld was blijkt ook wel uit het testament van weduwnaar Trip. Hij laat bedragen na aan familieleden, zijn keukenmeid, kamermeid en dienstknecht. Tot wel 1000 gulden.

Familiewapen van Adriaan Joseph Trip. Dit wapen vind je op de in 1726 gemaakte preekstoel in de Damkerk in Hoogezand. Tijdens de Franse Revolutie is het afgehakt onder de leuze 'gelijkheid'. Later zijn de drie gouden trippen op een rood veld hersteld.
Jan Hendrik Warmolts (1755 - 1814)
Jan Hendrik is meester in de rechten. Hij trouwt in 1783 met een zus van Cornelis Star Lichtenvoort: Maria Margaretha. Hun drie kinderen worden geboren in Groningen aan de Kijk in ’t Jatstraat. Ze worden gedoopt in de Martinikerk. Misschien woonden zij dus voor het grootste deel in de stad.
Deelnemer op de boekenlijst
Op de lijst met verkochte boeken uit 1793 komen we nog een andere naam tegen:
Ignatius Wesselius Titzink (1740 – 1799)
Ignatius Wesselius is geboren in Groningen. Vanaf 1790 is hij pastoor in Sappemeer. Hij is dus de opvolger van pastoor Paping, die ook lid was van het leesgenootschap. Ignatius overlijdt in Sappemeer.
Auteur
Maria de Ridder
Redactie
Rachel Hiemstra
Bronnen
Historisch Archief Midden-Groningen
- Archief van de familie Star Nauta Carstens, 1619-2000
- Bevolkingsregisters
- Doop-, Trouw- en Begraafakten
Groninger Archieven
- Archief familie Trip (3), 1587-1885
- Bevolkingsregisters
- Doop-, Trouw- en Begraafakten
Websites
- Stadsarchief Breda
- Utrechts Archief
- Gemeinde Geldern. Kreis Geldern. Regierungs-Departement Düsseldorf
- Allefriezen.nl
- Historisch Archief Midden-Groningen
- Groninger Archieven
- Gelders Archief
- West Fries archief
- Drents Archief
- Johndebye.com
- Parlement.com, Montesquieu Instituut.
- Wikipedia
- Delpher
- Muntgeld in de 18e eeuw / Geschiedenis | Dutch Coin Legacy
Boeken
- J.W.J. Timans en M.W. van Boven: Parochie van de H. Willibrordus te Sappemeer: haar geschiedenis en archief, 1977
- Borgen en hofsteden in en om Hoogezand-Sappemeer, 1996
- S. H. Abels: Geschiedenis der doopsgezinden in het Oldambt 1520-1811 (deel 1), 2011
- Jan van den Broek et al.: 375 jaar Hoogezand en Sappemeer, 2003
- Leonard Smid: Oud Hoogezand en Sappemeer in woord en beeld, 1975
Afbeeldingen
- Rustenbroek: Vervaardiger Otto Brinkkemper, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Documentnummer LAAT-rm19-031624
- Hulshoff: Noord-Hollands Archief, collectie Familie De Leeuw, inverntarisnummer 104BB
- Zegel vrijmetselaarsloge L'Union Provinciale
- Winshemius
- Vaderlandsche Historie
- Kabinet van Mode en Smaak
- Godsdienstvriend
- Reinhard
- Hilenius Bruins
- Wibbinia Wildervanck
- Stuiver
Bij geen bronvermelding: Historisch Archief Midden-Groningen
