Slochteren

Slochteren (Gronings: Slochter) is een dorp in de ‘Woldstreek’. De naam herinnert aan het vroegere bosachtige landschap. Al in het jaar 1169 komen w de naam ‘Slochtra’ tegen, dus het dorp moet al eeuwen op de kaart staan. Het dorp Slochteren bevat vele monumenten, zoals de kerk met vrijstaande toren, de Fraeylemaborg met de bijbehoren huizen en het grote en kleine Slochterbos en het oude Regthuis.

Meer dan een eeuw later, omstreeks 1290, lezen we over de bewoners van Slochteren: Limpo, Elbo en Abbo Hagginga. Ze moeten een belangrijke rol hebben gespeeld in vétes van die tijd. Waar zij precies woonden is niet bekend en ook een verband tussen dit geslacht en de latere bewoners van de Fraeylemaborg kan er niet gelegd worden.

In 1291 raakt het dorp, zo lezen we, samen met de naburige kerkdorpen in conflict met de dekens in Loppersum. De parochie, die aanzienlijk moet zijn geweest aangezien de huidige kerk het dwarspand van een vroegere middeleeuwse kruiskerk is, moet dus al sinds die tijd bestaan. Noordwestelijk van deze Slochter kerk staat de zadeldaktoren uit om en nabij 1300. In deze toren hangt een luidklok uit 1373, die naar men vermoed uit de (verdwenen) kloosterkerk in Wittewierum komt.

In 1538 lezen we pas voor het eerst over de Fraeylemaborg, met als bewoners Oesbrandt Fraeylema, hoofdeling te Slochteren. Dit schitterende landgoed ligt aan de Hoofdweg en ontstond in de Middeleeuwen. Als een versterkt stenen bijgebouw (steenhuis of stins) bij een houten boerderij. Drie schietgaten in de keuken en de daarboven gelegen kleine zaal herinneren nog aan deze tijd. In de 17e eeuw bouwde met twee zijvleugels aan en in de eeuw daarna kreeg de borg haar huidige uiterlijk met doorgaande kroonlijsten en een mooie monumentale middenpartij. De borg werd in 1690 gekocht door Henric Piccardt en bijna een eeuw later, in 1781, wordt hij overgekocht door Hendrik de Sandra Veldtman. De heer E.J. Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren erft in 1882 de borg, later wordt hij burgemeester van het dorp Slochteren. In 1952 overlijdt hij en 13 jaar later zijn vrouw. Hun dochters hebben de borg nog een tijd bewoons, maar veilden in 1971 de inboedel. De mooiste stukken kwamen terecht in Amsterdam. De boeken, prenten en kaarten werden onder andere gekocht door de befaamde Oranjebibliotheek in Utrecht. De rest werd bok de borg zelf geveild. In 1972 kocht de Gerrit van Houtenstichting de borg en haar 23 hectare aan bos en weiland. Later kocht het Groninger Landschap de rest van het park. In 1975 ging, na een restauratie, de Fraeylemaborg open voor het publiek.

Slochteren

De 17e eeuw was een tijd van vervening. Men vond er laagveengebieden in ’t Hooiland, het gebied achter de Groenedijk en in het Slochterveld. In het Slochterveld vindt men nog steeds de baggerputten die eeuwen geleden zijn ontstaan. Nu is het een beschermd natuurgebied, dat men toepasselijk ‘Baggerputten’ heeft genoemd. De baggerturf werd destijds van Froombosch en Slochteren naar Sappemeer vervoerd en vanuit daar verscheept naar Groningen. Ook het Slochterdiep (ook wel Rengersdiep genoemd) zal destijds gebruikt zijn voor de afvoer van turf.

Vlakbij de plek waar het haventje van Slochteren lag, vindt men nu nog steeds het Hoogehuis, dat tot en met 2008 bewoond werd door één van de dochters van de vroegere burgemeester E. J. Th. À Thuessink van der Hoop (1925-1940). Dit 17e-eeuwse gebouw, dat van oorsprong een rechthuis was, was jarenlang een bekende pleisterplaats voor dagjesmensen.

HoogehuisSlochterenHerberg, voormalig rechthuis het 'Hoogehuis' aan de Slochterweg, later Hoofdweg.

Grote veranderingen voltrokken zich aan de het einde van de achttiende eeuw. Na de komst van de Fransen werd er in 1798 een wet uitgevaardigd waarin voor de heren uit het dorp een einde werd gemaakt aan alle heerlijke rechten (o.a. jurisdictie, collatorschap, jacht- en visrecht en zijlvesterij). Een voorlopig bestuur werd in gesteld en in 1808 werd bij Koninklijk Besluit het eerste gemeentebestuur van Slochteren benoemd. Het gemeentebestuur kreeg zetel in het Hoogehuis en stond onder voorzitterschap van Hendrik de Sandra Veldtman. In 1811 werd het gebied opgedeeld in de drie gemeenten Harkstede, Slochteren en Siddeburen. Elk met een eigen burgemeester. In 1821 voegde men Harkstede weer bij Slochteren en 5 jaar later volgde Siddeburen. Tot 2018 vormden ze weer één gemeente. De ontsluiting van de streek vond plaats in de 19e eeuw, toen de wegen verhard werden. In Slochteren begon dit in 1846 met de weg naar Noordbroek. 22 jaar later, in 1868 volgde de weg van het Hoogehuis door het dorp en naar de Ruischerbrug.