Zuidbroek

In de Middeleeuwen kende men het dorp Suthabroke al. Met broek bedoelde men een moerassig land met (moeras)bos. Van oorsprong is Zuidbroek (Gronings: Zuudbrouk) waarschijnlijk een randveennederzetting die ten gevolge van bodemvernatting en ontginningen is opgeschoven.
In de Middeleeuwen lag Zuidbroek aan een handelsroute richting Duitsland. Met de komst van verschillende ‘verbindingswegen’, namelijk het Winschoterdiep (1628) en later de spoorlijn Groningen-Nieuweschans en de A7 heeft de plaats zich industrieel ontwikkeld, met bijvoorbeeld een scheepshelling, vlasfabriek en aardappelmeelfabriek. Deze laatste werd de Motké-fabriek genoemd en werd opgericht door de bekende Groninger ondernemersfamilie W.A. en J.E. Scholten.

motkeAardappelmeel, soja en stroopfabriek Motké van W.A. Scholten te Zuidbroek.

De A7 scheidt het dorp in een noordelijk en een zuidelijk deel. De aan Petrus gewijde hervormde kerk staat in het noordelijke deel, terwijl het station en de middenstand zich grotendeels in het zuidelijk deel bevinden. De bovengenoemde kruiskerk, die in de dertiende eeuwse romanogotische stijl werd gebouwd, werd oorspronkelijk gewijd aan Augustinus van Hippo. In 2007 werd het kerkorgel uit 1795 gerestaureerd. De losstaande toren heeft vroeger gediend als gevangenis.

gezichtGezicht op Kerk en Toren Zuidbroek

Het Winschoterdiep, dat werd aangelegd in 1612, speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het dorp. Vanaf de jaren twintig van de 17e eeuw was er scheepvaart mogelijk tussen Zuidbroek en Groningen. Vermoedelijk was hier sprake van één van de eerste trekschuitverbindingen van Nederland. Het diep kreeg een aftakking naar Veendam, het Muntendammerdiep, waarvan de scheepvaart en waterhuishouding in de twintigste eeuw werd overgenomen door het Wildervanckkanaal.

In de 19e eeuw werd Zuidbroek ook bereikbaar per trein. Op 1 mei 1868 werd het spoorwegstation aan de lijn Groningen-Nieuweschans en Groningen-Veendam in gebruik genomen. Het stationsgebouw werd bijna een eeuw later in 1959 grondig verbouwd. De bovenverdieping en gedeelten van de zijvleugels werden hierbij verwijderd. Het gebouw herbergt tegenwoordig het Noord-Nederlands Trein & Tram Museum. De aftakking van het spoor richting Veendam en Stadskanaal was vroeger onderdeel van de lijnen van de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij (NOLS), Zuidbroek was een knooppunt. De NOLS exploiteerde tevens de spoorlijn Zuidbroek-Delfzijl.
Tevens was er tussen 1881 en 1923 een paardentramlijn aanwezig in Zuidbroek. De Eerste Groninger Tramway-Maatschappij, die de lijn exploiteerde, zorgde er in 1895 voor dat de lijn Ter Apel bereikte.

spoorbaankwekerij1960/1965: Kwekerij Nooitgedacht van de familie Sonneveld te Zuidbroek. Op de achtergrond de spoorbaan Groningen Nieuweschans.

Het dorp Zuidbroek was tot 1965 de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente en bestond uit de dorpen en gehuchten Uiterburen, Het Veen, Spitsbergen, Westeind en Tusschenloegen. Vervolgens werd Zuidbroek samengevoegd met Noordbroek tot de gemeente Oosterbroek die tot 1990 bestond.

Tot 1994 had Zuidbroek een eigen ULO/MAVO-school, genaamd ‘de Hilgestede’, gevestigd aan de Heiligelaan. Ook werd er recht gesproken in het dorp. Het Kantongerecht vond men in de Spoorstraat. Recreëren kan men ook in Zuidbroek. Botjes Zandgat (genoemd naar de voormalige eigenaar Feiko Botjes) is een zandafgraving met een diepte van 40 meter. Sinds 2011 is het een populaire zwembaai met een strand voor dagrecreatie en een plaats waar duikactiviteiten plaatsvinden.

Tot voor kort was Zuidbroek onderdeel van de gemeente Menterwolde, maar hieraan is in 2018 een einde gekomen, waardoor het nu onderdeel is van de nieuwe gemeente Midden-Groningen.