Meeden

De naam Meeden (Gronings: de Maiden) betekent madelanden, de weidelanden. In 1391 wordt het dorp voor het eerst vermeld in een oorkonde en in de vijftiende eeuw spreekt men over Mieden en Avermieden (Overmieden). De laatstgenoemde naam duidt erop dat er een buurtschap buiten het oorspronkelijke dorp was ontstaan op de ‘pleistocene rug’, als gevolg van het natter worden van de bodem en uiteindelijk de doorbraak van de Dollard. Het oude dorp verplaatst zich inderdaad van Mieden naar Avermieden. Zelfs de kerk wordt in de tweede helft van de vijftiende eeuw verplaatst. De resten van het oude kerkgebouw zin nog in de bodem aanwezig. Toen het oude dorp volledig was verdwenen verdween ook de toevoeging ‘Aver’.

Aan het einde van de Middeleeuwen werd het oude dorp overspoeld door inbraken van de Dollard. Over het veen kwam een laag zware Dollardklei te liggen. De klei- en veengedeelten werden vooral de eigenerfde boeren (bezitters van eigen grond) in cultuur gebracht. De Meedener boeren kwamen hiermee in conflict met de veenontginners van het nabuurdorp en veenkolonie Oude Pekela. In de naam van het gehucht Kibbelgaarn (op de grens van Meeden en Oude Pekela) is dit nog steeds terug te horen.

Meeden had een gunstige ligging aan de ‘oude Heerweg’ van Groningen naar Münster en aan de kanalen van de Veenkoloniën. De grond was gevarieerd en geschikt voor zowel akkerbouw, veeteelt en turfwinning. Dit zorgde voor een opvallende welvaart, boeren noemde men in de achttiende eeuw ook wel ‘ryke huislieden’. Die rijkdom werd echter niet opzichtig getoond.

Helaas sloeg de nood toe in de negentiende eeuw, de economische crisis zorgde voor armoede. Meeden maakte veel veranderingen mee en in de twintigste eeuw verdween het beroep van landarbeider snel door mechanisatie en schaalvergroting. In Meeden werd nog wel gewoond, maar nauwelijks gewerkt. De boerderijen werden familiebedrijven en de schaalvergroting zette zich voort. In 1970 werd door de ruilverkaveling het deels nog Middeleeuwse verkavelingspatroon van het landschap weggewist en werd plaatsgemaakt voor rationele verkaveling. Meeden veranderde in een forenzendorp.

Het aangezicht van het dorp wordt nu voornamelijk bepaald door de Hereweg, waar de Oldambster boerderijen en renteniershuizen worden afgewisseld met landarbeidershuizen en burgerwoningen. Ongeveer in het midden van het dorp vindt men een nieuwbouwwijk en in de veengedeelten staan voornamelijk landarbeidershuizen en kleine boerderijen. Naar het noorden toe (kleilandschap) is een open uitzicht. Naast de nieuwbouwwijk ontstonden er voorzieningen als sportvelden, een dorpshuis en een verwarmd zwembad. De landbouw heeft zich de laatste jaren verbreed. De boeren bleven niet bij de pakken neerzitten. Zo genereerde Meedener boer Gert Joling landelijke bekendheid door zijn Zuid-Amerikaanse alpaca’s op de laagelegen hooilanden te laten grazen.

Tot en met de herindeling van 1990, waarbij Meeden bij de gemeente Menterwolde werd gevoegd, is Meeden een zelfstandige gemeente, met als overige plaatsen en buurtschappen: Beneden Veensloot, Boven Veensloot, Bovenstreek (deels), Buitenstreek, Duurkenakker (deels) en Kibbelgaarn (deels). Vanaf 2018 ligt Meeden in de nieuwe gemeente Midden-Groningen.