Hongerkind Willie Taal na 73 jaar terug in Kiel-Windeweer

Hoogezand 28 augustus. Soms ontmoet je ineens iemand die een stukje van de geschiedenis invult. Zo bracht Wil van den Broek-Taal uit Scheveningen afgelopen dinsdag een bezoek aan het Historisch Archief Midden-Groningen. Na in 1943 als gezin te zijn geëvacueerd vanuit ‘Sperrgebiet’ Scheveningen naar Rijswijk (ZH), werd zij begin maart 1945 als hongerkind in Kiel-Windeweer afgezet. Willie Taal was toen 12 jaar en nog nooit eerder zover van huis en haar ouders geweest.

De hongerwinter van 1944/1945

In het westen van het land wordt tijdens de winter van 1944/1945 honger geleden. Een groot aantal mensen bezwijkt aan ondervoeding en kinderen dreigen de dupe te worden van de slinkende rantsoenen.
Gedurende de oorlog zijn er in de voormalige gemeenten van Midden-Groningen al eerder initiatieven geweest of ondersteund om kinderen naar hier te brengen. Begin 1945 is extra inzet nodig. In de (toenmalige) gemeente Hoogezand functioneert op dat moment de door particulieren opgerichte ‘Commissie van ontvangst Kinderen uit het Westen des Lands’, die onder meer op 16 januari 1945 in Hotel Faber vergadert. Aanvankelijk werkt men samen met particuliere initiatiefnemers van waaruit al snel een samenwerking met het IKOR (interkerkelijk overleg) ontstaat.

In het pikkedonker op weg naar het noorden

Ook het gereformeerde arbeidersgezin Taal, dat naast Wil nog vier meisjes en een jongen telt, lijdt aan het begin van het laatste oorlogsjaar honger. Als de mogelijkheid zich voordoet om een paar kinderen bij pleegouders in het noorden van het land onder te brengen wordt daar met pijn in het hart toe besloten. Terwijl de zussen Bep en Tini later in Friesland worden ondergebracht, komt Wil naar eigen zeggen waarschijnlijk op een reservelijst te staan. De kinderen werden tijdens een selectieprocedure op school namelijk eerst gewogen. Er zijn vermoedelijk nog magerdere kinderen dan Wil, want in eerste instantie mag zij niet mee. Doordat een paar kinderen uiteindelijk niet meegaan is er op de valreep toch plaats voor haar. In alle haast stoppen ze wat kleren in een koffer, waarna ze door haar moeder naar het gebouw van het IKOR aan de Prinsegracht in Den Haag wordt gebracht. Met de woorden “God ziet je, Hij gaat met je mee”, neemt haar moeder afscheid. Wanneer ze elkaar weer zullen zien weet niemand. Haar moeder, een echte Scheveningse die nog klederdracht draagt, moet haar loslaten. In haar herinnering krijgen de kinderen nog een paar boterhammen mee, die als ware traktatie in de uit Hoogezand afkomstige bussen zijn opgepeuzeld. In het donker (en in haarbeleving zonder lichten) is de reis naar haar pleegouders aanvaard. Onderweg wordt door de kinderen onder elkaar vooral gesproken over wat voor lekker eten ze allemaal wel niet zouden krijgen. Ook herinnert ze zich nog dat de bus onderweg een tijd stilstaat.

Uit archief- en literatuurstudie op het Historisch Archief blijkt dat de kinderen met op methaangas rijdende Gado-autobussen en een vrachtwagen van het aannemersbedrijf Mandema uit Zuidbroek zijn opgehaald. Via een gastankstation te Hilversum wordt naar de IJsselbrug bij Zwolle gereden - waar zich dan een Duitse controlepost bevindt - waarna de bus naar Hoogezand is doorrijdt. Door de oorlogsomstandigheden wordt er ’s nachts met afgeschermde lichten gereden en onderweg zijn er een paar stopplaatsen. Sommige transporten, waarvan de kinderen ook in de toenmalige gemeenten van Midden-Groningen terecht komen zijn ook per schip over het IJsselmeer gegaan.

Uiteindelijk stopt de bus in Kiel-Windeweer

Uiteindelijk stapt Wil samen met circa vijf andere kinderen bij een café in Kiel-Windeweer uit, waarna de bus naar Hoogezand doorrijdt om daar de andere kinderen af te zetten. Terwijl de afgezette kinderen snel door hun pleegouders worden opgehaald, blijft Wil alleen achter. Vermoedelijk kwam dit doordat de pleegouders een jongen verwachtten. Uiteindelijk wordt ook Wil door haar pleegmoeder meegenomen, waarbij de dominee en meester Smid waarschijnlijk bemiddeld hebben. Zodoende blijft ze in de maanden die volgden bij de boerenfamilie Feddes aan de toenmalige Dorpstraat 158. “Het werden voor mij tante Fokje en oom Knelis. Tante Fokje was een Friezin, een schat. De jongens waren Hendrik, Pieter, Frits en Fokko. Het meisje was Gina, wat jonger dan ik.”

foto gezin
Foto: het gezin Feddes, vermoedelijk voor de woning naast de boerderij, waar opa woonde.

Bij de familie Feddes heeft ze het goed. Eten en drinken is er volop. Brood en grote roggebroden worden door de zoon van bakker Van Huizen gebracht. Samen met Gina slaapt ze in een bedstee in de opkamer van de boerderij. Het toilet, huuske genaamd, bevindt zich achter in de boerderij. Doordeweeks krijgt ze les van meester Smid, het hoofd van de gereformeerde school van Kiel-Windeweer. Aangezien het een tweeklassige school is zitten ze met meerdere klassen in één lokaal. Hierdoor heeft ze naar eigen zeggen wel wat achterstand op de lagere school opgelopen. Als ze niet speelt met de andere kinderen uit het gezin of met de dochter van de arbeider, is er op de boerderij altijd wel wat te doen, zo brengt ze wel koffie naar haar pleegvader en zijn arbeider op het land. Zondags gaat ze met het gezin naar de kerk. In de woning naast de boerderij, waar opa en een broer van pleegvader Knelis woonden, verbleven evacués uit Venlo en Tegelen, maar verder merkt Wil in Kiel-Windeweer niet veel van de oorlog. Van de bevrijding (13 april 1945) herinnert ze zich weinig, wel hoorde ze schoten op de achtergrond. “In Kiel-Windeweer zelf is de bevrijding waarschijnlijk niet uitbundig gevierd. Kort na de bevrijding kreeg ik nog een mooi schrift dat ik nu nog heb.” Samen met de andere schoolkinderen ziet ze krijgsgevangen Duitsers nog over de Kielsterachterweg naar de heimat afmarcheren.

voorkantkaft     schrift verhaal
Afbeeldingen: het schriftje dat Wil kreeg van meester Smid toen ze op de Kielsterachterschool zat ter herinnering aan de bevrijding.

Probleem tijdens de oorlog vormt het contact met haar ouders en zussen. “Telefoneren deed je toen niet. Alles ging per post.” Eerst schrijft ze wel briefjes naar huis, maar die komen pas veel later aan. Ook haar moeder schrijft regelmatig een brief naar haar. Om deze reden verkeert Moeder Taal zo lange tijd in onzekerheid of ze wel veilig in Kiel-Windeweer is aangekomen.
Later als het Noorden des lands al bevrijd is, maar Rijswijk nog in bezet gebied ligt, is briefverkeer onmogelijk. Het contact met haar zussen in Friesland loopt gelukkig beter.

foto3
Afbeelding: briefkaart van moeder Taal aan haar dochter die als hongerkind verbleef bij de familie Feddes te Kiel-Windeweer. Collectie: Wil van der Broek-Taal

Terug naar huis

“Ik ben tot in juli 1945 in Kiel-Windeweer gebleven en toen met ik meen een goederenwagon teruggekeerd naar huis. Dat viel niet mee. Fijn om weer thuis te zijn, maar het huis was zo klein in verhouding tot de grote boerderij. Het eten was heel anders. Na de oorlog is er nog lang contact geweest met de familie Feddes. Doordat de zonen na de oorlog naar Canada zijn geëmigreerd en tante Fokje later is overleden is het contact uiteindelijk verwaterd.”
Wil van den Broek-Taal is blij dat ze via het archief meer achtergrond informatie over het verblijf bij haar toenmalige pleegouders heeft kunnen krijgen en de boerderij in Kiel-Windeweer heeft kunnen bezoeken.

foto2     foto1
Foto 1: Wil van den Broek-Taal in het Historisch Archief, locatie Hoogezand. Foto: HAMG
Foto 2: Wil van den Broek-Taal voor de boerderij aan de Dorpsstraat te Kiel-Windeweer, waar zij als hongerkind aan het eind van de oorlog was ondergebracht. Foto: HAMG.

Wellicht zijn er nog lezers die ook informatie, foto’s of documenten hebben over de Tweede-Wereldoorlog. U Kunt hiervoor Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. opnemen met het Historisch Archief Midden-Groningen.

een broer van pleegvader Knelis